Fascinatie is de sleutel tot kwaliteit

Welke auto's vond ik mooi?

Overzicht van deze pagina

Welke auto's hadden mijn vroege belangstelling?

augustus 2012

Hierna beschrijf hierna de wagens die ik mooi vond toen ik me langzaamaan een beetje tot autoliefhebber ontwikkelde. Waarom? Hoe is dat zo gekomen? Waar heb ik ze gezien? Dat weet ik eigenlijk niet. Ja, ik ben met mijn broer wel eens naar wat autobedrijven gegaan in Alphen aan den Rijn. Dat was in de tijd dat wij met het hele gezin autorijles hadden en er voor het eerst een auto gekocht moest worden. Maar dat werd natuurlijk geen buitenbeentje, maar een gewone Toyota Corolla. Maar al ruim vóór die tijd keek ik toch met belangstelling naar bepaalde auto's: ik kan me namelijk bijvoorbeeld herinneren dat ik de Ford Granada bovenaan mijn lijstje had staan toen diens opvolger, de Scorpio, geïntroduceerd werd en dat was in 1985.

Bij Thomas Autobedrijf in Alphen aan den Rijn stond eind jaren tachtig een blauwe Rover 3500 Vitesse voor de deur, te koop voor het nu onvoorstelbare bedrag van ƒ 33.000. Ik weet niet of dat het begin was, maar ik vond het een prachtige wagen. In 1990, toen ons gezin al een jaar op de automobiliteit was overgestapt, ging ik naar een garagebedrijf omdat er volgens de plaatselijke krant een Rover 3500 Vanden Plas te koop stond. Kennelijk had ik daarvoor dus primair belangstelling!

De Vanden Plas bleek verkocht, maar ik heb in verschillende andere wagens gezeten waar ik nu wel eens meer van wilde weten. Ook al verkeerde ik volstrekt niet in de omstandigheid een auto te kunnen kopen. Ik studeerde immers al jaren sterrenkunde. Qua auto-exterieur had ik zo mijn voorkeuren, maar nu kon ik kijken of het interieur gelijke tred hield met het exterieur. Ik heb net uitgebreide elektronische aantekeningen teruggevonden van 14 maart 1990 onder in mijn map 'Auto's' en die zijn zo leuk dat ik eruit zal citeren!

De Rover 2600 en 3500 Vanden Plas ('SD1')

Ik heb bij dat autobedrijf in Alphen aan den Rijn op 14 maart 1990 voor het eerst in de Rover SD1 gezeten. SD1 staat voor 'Specialist Division 1', de interne Rover-aanduiding waarmee dit type wel wordt aangeduid maar dat leerde ik pas veel later. Ook heb ik de verkoper ondervraagd en ook toen al wist kennelijk zelfs ik dat de Rover de naam had onbetrouwbaar te zijn, want dat was een van mijn vragen. De uitgebreide aantekeningen die ik heb gemaakt zijn nu zeer vermakelijk! Met name omdat ik de wagen inmiddels ken als mijn broekzak en er bijna 300.000 km mee gereden heb!

Interieur: je zit zeer laag. Opvallend is dat de dorpel erg hoog is. Daarnaast is de middenconsole zeer breed en loopt die schuin naar boven. Door dit alles lijkt het alsof je in een kuil zit, in plaats van achter een rechtopstaand dashboard. Het zeer rechthoekige dashboard is opvallend. Voor de bijrijder zit een ventilatieopening waar in Engeland duidelijk het stuur naar binnen gaat. Je zit niet krap en ook boven je hoofd is er ruimte genoeg, maar je zit een soort helemaal ingebouwd door de hoge drempel, de brede en richting voorruit lopende middenconsole en het dashboard. De voorruit is ver weg en niet erg groot. Al met al heb je in deze auto het idee in een raket of raceauto te zitten. Dat zit lekker. Bij je voeten verbreedt de middenconsole het nog verder, versnellingsbak? Aldaar kunnen je voeten net naast elkaar staan! Het stuur is vrij klein en heeft een raar rechthoekig blok in het midden. De stoel kon niet verder naar achteren maar dat had ik ook niet nodig. Het interieur is niet mooi maar wel apart.

Achterin is het zeer krap! Je zit met de bestuurdersstoel in de achterste (mijn) stand met je knieën er tegenaan. Verder raak je met je hoofd net het dak. Nee, dan is zelfs onze Corolla ruimer, maar die heeft dan ook relatief veel hoofdruimte doordat hij ver naar achteren doorloopt.

Verder vind ik de lijn van buiten mooi, maar toch wat ouderwets wat betreft details: te veel randen en chroom, niet strak genoeg. En toch is deze auto zo apart, dat ik hem mooi blijf vinden!

Prima gelegenheid tot vergelijken: ik heb achter het stuur gezeten van een Ford Scorpio, Opel Omega, oude Opel Senator, nieuwe Mercedes 300E. Conclusie: voor de ruimte is het kopen van de Rover een blunder, maar die zit veel lekkerder dan alle anderen, doordat je laag zit en dat raketidee hebt. Ik vind de andere auto's (vooral de Scorpio en de Omega) modern, goedkoop en karakterloos, waar de Rover apart, niet mooi maar wel stijlvol van interieur is. Ik weet wel achter welk stuur ik het liefst zit. Ook omdat het je aan ruimte enorm ontbreekt, is de Rover een liefhebbersauto. Als ik geen ruimte nodig heb koop ik een Rover, dat weet ik nu wel.

Aldus Rens in 1990! Ik vind het nu een nog veel geweldiger wagen en ik snap niet dat ik zo over ruimte zeurde.

De Rover SD1: gestrekt en prachtig

Van jongs af aan prachtig gevonden: de Rover 3500 zoals hij gebouwd is van 1976 tot en met 1986, ook wel bekend als SD1. Dit is mijn eigen Oporto 3500 Vanden Plas.

De Rover SD1, de 3500 Vitesse, zoals Rover er zelf reclame voor maakte

Het was deze auto waar ik in mijn woonplaats Alphen aan den Rijn enthousiast over werd: een moonraker blue Rover 3500 Vitesse, hier afgebeeld zoals Rover er zelf reclame voor maakte.

De Ford Granada, Ford Scorpio, Mercedes S-klasse en Ford Thunderbird

Opmerkelijk voor mijn voorkeur is dat ik van grote, strak vormgegeven auto's hield. Auto's met een ietwat hoekige vormgeving maakte men eigenlijk alleen maar in de jaren 1980. De mooiste exemplaren daarvan waren in grote lijnen hoekig maar in de details strak en vloeiend afgerond. Opmerkelijk is met name dat deze smaak van mij tot op de dag van vandaag (25 jaar later) niet is veranderd!! De Rover SD1 hoort daar eigenlijk niet bij, omdat hij zoals ik toen al opmerkte toch wat ouderwets was met randjes en chroom. De Jaguar XJ40, een relatief late liefde van mij die toen nog totaal niet in beeld was omdat je die zelden zag en hij financieel ruimschoots achter de horizon schuilging, behoort daar achteraf gezien echter beslist bij!

De eerste auto die aan de zojuist omschreven smaak voldeed, was de Ford Granada, gemaakt van 1977 tot 1985. Hoekig en strak, vlakke iets bolle panelen die het licht mooi kunnen weerkaatsen en chroomranden die dat mooi accentueren. De 2,8i Ghia met zijn lichtmetalen velgen en ronkende V6 was natuurlijk het aantrekkelijkst. Ja, dit was enige tijd mijn favoriet, volgens mij al rond 1980. Ik vermoed zelfs dat in die tijd de Rover SD1 nog niet in beeld was.

De opvolger van de Ford Granada verscheen in 1985. Een enorm verschil! De Ford Scorpio was echter ook erg fraai, met name de vloeiende vormgeving van de achterkant met de grote achterklep. Het is duidelijk dat deze luxe wagen was geïnspireerd op de Rover SD1. Tot dan toe was een 'fastback', zoals dit later bij Rover heette, niet bepaald gewenst voor een klassewagen. Later verscheen van de Scorpio dan ook een uitvoering met kofferbak, destijds absolute voorwaarde wilde je er als zakenman mee voor de dag kunnen komen (dat is inmiddels totaal veranderd, hoe kan dat?). Ik vond het niks en zonde van het mooie ontwerp. De Scorpio was relatief betaalbaar voor zijn enorme binnenruimte en had als eerste productiewagen standaard ABS. Ja, ik vond deze Ford ook fraai.

Later in 1990 heb ik nog wat wagens 'gekeurd'. Bij alle wagens ging het erom dat ik al wel waardering had voor het exterieur, gewoon door ze op straat te zien en met mijn neus tegen de etalageruit van autobedrijven te staan, maar dat ik het interieur nooit had kunnen leren kennen. Ik had immers geen buren of familie met dit soort bijzondere auto's en reisde nog bijna uitsluitend per fiets en trein. Pas in 1990 durfde ik het aan om bij een autobedrijf ook het interieur van de Ford Scorpio nader te onderzoeken. Uit mijn verslag van 14 maart 1990:

De Scorpio is achterin absurd ruim, iets ruimer dan de Omega (de anderen heb ik er niet mee vergeleken). Maar voorin valt op dat je hoog zit en vrij dicht bij het stuur. Het ontbreken van dat ingebed zitten van de Rover is hier het sterkst. Het dashboard en de middenconsole omsluiten je niet, je zit er vóór, alsof het een rechtop staande plank is. Dan zit de Rover dus leuker, maar hij is hierin absoluut de enige. (…) Het dashboard en het interieur van de Scorpio maken een onplezierige indruk: wel mooi rond vormgegeven, met vloeiende lijnen overal, maar van iets glimmend zwart plastic, hetgeen er nogal goedkoop uitziet. Van binnen niet mooi om in te zitten.

In Opels ben ik nooit geïnteresseerd geweest, hoewel de Omega wel paste bij mijn hiervoor beschreven voorkeur voor een strakke vormgeving. Overigens vind ik de hedendaagse Opel Insignia een lelijke kloon van de Rover 75, die toch echt twaalf jaar eerder verscheen en nog een stuk mooier is ook, en kan ik het niet uitstaan dat de naam van het zeer bijzondere Jaguar-optiepakket 'Insignia', waarmee een van mijn Daimlers is uitgerust, door Opel gejat is om op een doodgewoon autotype te plakken! Niettemin vond ik mijn commentaar van 1990 op de Opel Omega zo interessant en karakteristiek voor Duitse auto's, dat ik het hier citeer.

De Opel geeft een iets andere indruk dan de Scorpio: je voelt dat alles 'glad, hard, kaal en kil' is. Deur, bekleding, stoel, vloer, uiterlijk van het paneel. Geen hout aan. Zeer eenvoudige instrumenten, niet eens nog een beetje rond vormgegeven als in de Scorpio. Niet zozeer goedkoop als wel eenvoudig. Nee: onaantrekkelijk, onpersoonlijk.

Een erg mooie auto vanwege zijn gestrekte lijn en strakke afwerking heb ik altijd de in 1979 geïntroduceerde Mercedes S-klasse gevonden. Het interieur viel me nog niet eens mee, maar bijgebleven zijn me de ruimte achterin en de stoelen die heel merkwaardig aanvoelen, waarschijnlijk doordat ze met binnenvering zijn uitgerust in plaats van met schuim. Overigens zie je deze auto sinds 2012 vaker op de Nederlandse wegen, waarschijnlijk omdat ze in Duitsland niet meer in steden mogen rijden en de beste exemplaren van deze Liebhaberfahrzeuge nu naar Nederland worden uitgevoerd.

De in 1989 geïntroduceerde Amerikaanse Ford Thunderbird verscheen op de markt in de tijd dat ik deze oordelen vormde. Ik vond hem prachtig: weliswaar niet hoekig maar wel strak, lang en gestroomlijnd. Bovendien was het een auto voorzien van typisch Amerikaanse ultieme luxe waartegen de toenmalige Omega's en Scorpio's wel heel erg bleekjes afstaken. En nog betaalbaar ook. Nou ja, toen net nieuw dus voor mij nog lang niet betaalbaar …

Ik zei al dat mijn smaak in de loop der jaren niet erg veranderd is. Deze auto's vind ik dus nog steeds mooi, al wordt er heden ten dage ook wel eens wat moois gemaakt. Het merkwaardige is, en dat overkomt mij vaker, dat hetgeen ik het meest waardeer door anderen inmiddels juist het minst gewaardeerd wordt. Zo is de Corvette uit de tachtiger jaren de minst gewaardeerde van allemaal. Hetzelfde geldt voor de Jaguar uit de jaren tachtig, de XJ40, maar daar heb ik het nog niet over gehad (daar ga ik verscheidene pagina's aan wijden). Voor mij een voordeel is dat de door mij meest gewaardeerde auto's dus inmiddels voor een prikkie te koop zijn. Maar een rechtgeaard autoliefhebber weet ook dat de aanschafkosten (bij dit soort 'ouwe bakken', zoals ze door respectloze lieden ook wel worden aangeduid) in het niet vallen bij de kosten die je er daarna aan zult hebben.

Lange tijd mijn favoriet: de Ford Granada

De Ford Granada, hier een afbeelding uit een brochure van de 2,8i Ghia, de meest luxueuze uitvoering, vond ik altijd prachtig: strak en hoekig, glad en zonder tierelantijnen. En dat vind ik nog steeds …

De opvolger van de Granada: de Ford Scorpio, fraai en ruim

De opvolger van de Granada: de Ford Scorpio, totaal anders! Gestroomlijnd met een duidelijk op de klassewagen Rover SD1 geïnspireerde achterklep. Vond ik ook mooi!

De Mercedes S-klasse uit de jaren tachtig

Nooit mijn favoriet maar toch altijd met enige bewondering bekeken: de Mercedes S-klasse, een tamelijk strakke, vooral erg gestrekte wagen. Nauwelijks te geloven dat hij in 1979 werd geïntroduceerd!

Groot, mooie glooiende vormen en uitermate luxe op zijn Amerikaans: de Ford Thunderbird

Zodra de met alle grove slagschipachtige glimbakken brekende Ford Thunderbird in 1989 verscheen, vond ik hem mooi. Lang en glooiend, met alle luxe op zijn Amerikaans.

Sportwagen, Rens? Chevrolet Corvette (C4)

Sportwagens, is dat niks voor je, Rens?! Nee, als het woord 'sport' vroeger viel, wist ik hoe dan ook niet hoe snel ik moest maken dat ik weg kwam. Nog steeds trouwens … Precies in lijn met de zojuist beschreven voorkeur voor een strakke gladde vormgeving, is de Chevrolet Corvette uit de tachtiger jaren ('C4', 1984–1996) mijn favoriet. De karakteristieke lichtmetalen velgen passen helemaal. Bijgaande foto toont de Corvette van de baas van de Zwitserse camping waar wij in 2008 kampeerden. Mooie kleur. Nu zul je altijd zien dat dit prompt ook weer de minst gewaardeerde Corvette is … dus ook het makkelijkst binnen bereik …

> Volgende pagina:   Eindelijk het eerste autootje … een Rover 3500 Vanden Plas (SD1), is dat haalbaar?!

Als het dan toch een sportwagen moet zijn: de Corvette

Als het dan toch een sportwagen moet zijn, dan deze: de Chevrolet Corvette C4, als enige Corvette strak en mooi. Wat mij betreft dan.

Met vriendelijke groeten,
Rens Swart