Fascinatie is de sleutel tot kwaliteit

Vliegers

Eerste stukje 2008, herschreven en uitgebreid december 2019

Overzicht

Jeugdtrauma

Als kind was ik gefascineerd door vliegers. Maar het lukte me nooit een vlieger fatsoenlijk de lucht in te krijgen. De eerste de beste en zelfs de tweede de beste gekochte vlieger vlogen voor geen meter. Zeer frustrerend. Nu blijkt dat eigenlijk de standaard kruisvlieger ook helemaal niet zo makkelijk vliegt. Je moet weten hoe die precies van vorm moet zijn, wil hij een beetje in de lucht blijven.

Op de middelbare school koos ik met een vriend als natuurkundeproject het bestuderen van de aerodynamica van vliegers, met als kers op de taart het maken van een doosvlieger. Met die aerodynamica lukte het redelijk, maar de geproduceerde vlieger heeft nooit gevlogen … dus de frustratie bleef. Ondertussen was ik fan van de Scheveningse vliegerwinkel Vlieger-Op en pluisde ik trouw hun catalogus uit. Ook ging ik wel eens naar grote georganiseerde vliegerbijeenkomsten, onder meer op de Ginkelse Heide. Daar heb ik mogen vliegeren met zelfgemaakte vliegers met indrukwekkende vliegeigenschappen. Zelfgemaakt door anderen bedoel ik dan, tsja …

De eerste: een Delta met een spanwijdte van 3,65 meter

Uiteindelijk moest ik de veertig passeren om te beginnen met het daadwerkelijk zelf maken van een vlieger. Het werd een Delta, omdat ik die mooi vond en ze niet te moeilijk zijn om te maken, en ik had goede tekeningen uit verscheidene bronnen. Ik kocht 'spinnakernylon' en glasvezelbuizen bij Vlieger-Op. Spinnakernylon is genoemd naar het voorste zeil van snelle zeilboten (waar ik verder geen verstand van heb) en is dun geweven nylon, versterkt met als gevolg het typische ruitjespatroon en tegen winddoorlatendheid behandeld met een polyurethaancoasting. Het is mooi spul maar omdat het zo glad en stug is, is het niet makkelijk te naaien. Met de naaimachine omgaan kon ik al lang dus dat was geen beletsel.

Ik ben nogal economisch ingesteld of anders gezegd: ik probeer met minimale financiële middelen altijd een maximaal resultaat te bereiken. Anders zou ik toch nooit zoveel hobby's kunnen hebben? In dit geval betekende dat dat ik als randvoorwaarde had de afmeting van het doek had (ja, het is een boundary problem, zouden we in de wis- en natuurkunde zeggen). Samen met de gewenste verhoudingen, die ik op basis van mijn inmiddels verkregen inzicht iets veranderde, kwam ik aldus tot een ontwerp van een Delta met een spanwijdte van 3,65 meter. Huppetee, waarom klein denken? En zo groot is dat niet hoor, zeker niet als hij eenmaal in de lucht staat. Het enige dat nog niet helemaal duidelijk was, was wat de optimale vlieghoek zou zijn en of de spanner (de dwarse stok die de vleugels opspant) nu boven of onder de ligger moest komen. Dus ik maakte het zo dat ik de lijn op verschillende plekken aan de kiel kon vastmaken en de spanner kan natuurlijk zowel boven als onder de ligger over de vleugels in de stof gestoken worden. Hoe dan ook, groot was mijn vreugde toen de Delta inderdaad vloog!!

Een Delta is een echte zwever. Een typische Rens-vlieger: weinig spektakel en veel rust en elegantie (hahaha, hmm??!). Hij trekt prima, ook bij weinig wind. Het is vaak lastig de vlieger door de onderste vijftien meter te krijgen, waar de lucht nog turbulent is. Afhankelijk van de turbulentie en het soort wind dat er staat, gaat het boven de vijftig meter rustig aan hoger en hoger. Als het constant waait en windkracht 2 of 3 is, kun je hem vanuit je hand oplaten, laten vieren naar 100 of 200 meter, vastzetten en naar huis gaan en een kwartier later terugkomen, geen centje pijn. Het is mooi die vlieger te zien zweven, soms zelfs over het zenit (het punt recht boven je) heen, waarbij de lijn slap kan komen te staan. Soms kan de wind wel eens even wegvallen en dan is hij afhankelijk van thermiek en het kan dan een hele toer zijn om hem in de lucht te houden. Aan de andere kant heb je momenten dat het redelijk waait en dan moet je alle zeilen bijzetten om hem nog in je eentje te kunnen binnenhalen. Want hij kan behoorlijk trekken. Hoe dan ook is het verstandig altijd stevige leren handschoenen aan te trekken.

Volgens het eerder geschetste economische principe kocht ik een lijn met de minimaal vereiste breekkracht (op het gevoel) en de maximale lengte. Een dunnere lijn is niet alleen goedkoper maar ook lichter en heeft minder luchtweerstand, dat merk je ook. Gevlochten nylontouw is standaard 220 meter lang dus die zal ik dan gebruiken ook. Nu is vliegeren in Nederland verboden boven de 100 meter. Maar de lijn staat toch nooit recht verticaal (zeg maar).

Ik heb voor de lijn verwisselbare spoelen gemaakt, met gebruikmaking van een fietsnaaf.

Bestuurbare vlieger?

Ik realiseerde me pas toen ik de tekst van deze pagina zo'n beetje in mijn hoofd had dat ik geen woord heb vuilgemaakt aan de bestuurbaarheid van mijn vliegers of favorieten. Mijn doel is nooit geweest een bestuurbare vlieger te maken en vliegen, mijn doel was een mooie vlieger die goed trekt en mooi op grote hoogte zweeft, eventueel met een camera eronder. Een beetje saai.

Ik geloof dat nog maar vijf procent van de verkochte vliegers éénlijns vliegers zijn, dus vliegers die aan één lijn zitten en die niet bestuurbaar zijn. Twee- of zelfs vierlijns vliegers kun je besturen en allerlei capriolen laten uithalen, waarbij enorme snelheden kunnen worden bereikt. Dat is op het oog minder saai dan een eenlijns vlieger. Maar een grote vlieger als de mijne (spanwijdte 390 cm als hij plat ligt) bij weinig of wisselende wind oplaten en dan zien hoe hij op de wind reageert en wanneer hij stabiel vliegt is gewoon leuk genoeg om een uur mee bezig te zijn.

Ik heb wel eens een (kant en klare) bestuurbare vlieger gekocht en inderdaad is dat leuk om te doen. Het is een parafoil, net als de grote die ik zelf aan het bouwen ben. Het is onvoorstelbaar hoe weinig die dingen kosten, als je eenmaal zelf weet hoe gruwelijk veel werk het is om ze te maken. Ik heb er geloof ik geen foto's van.

Parafoil: de 'vliegende matras'

Ik ben onlangs (nou ja, in 2007) begonnen aan een parafoil, een soort 'vliegende matras', van zeven vierkante meter: 2,20 meter lang en 3,30 meter breed. Een parafoil is een vlieger zonder stokken bestaande uit een bovenvlak en een ondervlak waartussen schotten zitten die de vorm hebben van een vliegtuigvleugel. Daardoor gelden de aerodynamische principes van een verschil in luchtsnelheid tussen onder en boven de vleugel, waardoor lift ontstaat. De kanalen tussen de schotten worden aan de voorkant vol wind geblazen en blazen de vlieger als het ware op. Als alles goed gaat, want stokken om de vlieger in vorm te houden zijn er niet.

Ook deze vlieger, waarvoor ik een aantal goede tekeningen had en waarvoor ik zelf over de naaivolgorde heb nagedacht, is weer optimaal uit de beschikbare stof(breedtes) gesneden. Ik heb ervoor gekozen de parafoil op te bouwen uit zes secties in wat ongeveer regenboogkleuren zijn, elke sectie bestaande uit twee 'kanalen'. Het doek heb ik reeds jaren geleden aangeschaft en gesneden, maar de paar honderd meter naaiwerk moest nog gebeuren en dat is lastig want het is onnoemelijk veel glad doek dat je handig door de naaimachine moet zien te leiden, waarbij de naaivolgorde natuurlijk ook nog cruciaal is. Een parafoil naaien is een onnoemelijke hoeveelheid werk. Elk kanaal bestaat uit een zijwand, bovenkant en onderkant en naai je aan het kanaal ernaast en daarbij moet eens per twee kanalen ook nog de kiel worden meegestikt.

Destijds heb ik een vriendin beschreven waarmee ik zo gefascineerd bezig was. Laat ik dat hier even overnemen, dan zie je dat het mij ook allemaal niet foutloos af gaat.

Ik ben me weer eens gaan bekwamen in het bedienen van de naaimachine. Dat was gelukkig niet moeilijk. Wel lastig was het te bedenken in welke volgorde je moet zomen: ik heb 1,5 cm breed zoomband van zwart dacron dat met de zomen van de kielen moet worden meegestikt. Je slaat de stof er tweemaal omheen, dus dat is twee keer naaien. Er komt ook een stuk verstevigingsdriehoek in het zwaarst belaste punt. En als die zomen en punt klaar zijn, moet er nog een lus van datzelfde stugge driemaal omgeslagen dacron op, waar straks het toomtouw aan vast geknoopt wordt. En dat alles 21 keer. Het is een zeer bewerkelijke vlieger … Verder moest ik gaten uitsnijden (smelten, soldeerbout) in de schotten om lucht van het ene naar de andere kanaal te laten gaan en dat ook 7 x 3 keer. Toen was ik dan toe aan het eerste echte constructiewerk: het aan elkaar naaien van de drie linkerkielen, het linker bodemvlak en het linkerzijschot. Je moet er eigenlijk de tekening bij zien. Je moet ontzettend uitkijken over de volgorde, al heb ik er een goed boek bij. Tot mijn verbazing heb ik toch al drie fouten ontdekt, ondanks mijn diepgaande denk- en tekenpartijen. Ik heb veel te weinig zoomband, dat ik stom genoeg ook nog eens in de lengte doormidden moet snijden omdat ze geen 1 of 1,5 cm breed band hebben. Ik weet inmiddels waarom: in de optelling had ik een andere optelling nog met 7 moeten vermenigvuldigen … Hij heeft 7 x 3 kielen, niet 3. Tweede fout en die vind ik veel dommer is dat ik van elk van de zes kleuren twee schotten moet maken (plus één extra om de zaak links af te ronden), maar dat er slechts één stel kielen nodig is. Ik heb dus de stof zitten intekenen en uitsnijden met te veel kielen, was niet nodig geweest. Dom. En ik heb overal zo goed over nagedacht! En dan zo'n fout maken! Gelukkig nemen de kielen relatief weinig stof in, de schotten en onder- en bovendekken zijn veel groter, dus er gaat weinig aan kostbare stof verloren. De derde fout is dat ik een kiel (dat is een driehoekig stuk stof) heb omgedraaid bij het zomen, zodat de stofrichting niet recht is maar onder een hoek staat. Het is een bijna gelijkzijdige driehoek, dus geen vreemde vergissing. Het is ook niet zo heel belangrijk omdat het voor de vorm en lengte nauwelijks uitmaakt, maar je ziet het wel en dat is dan weer jammer. Gisteravond dus stug doorgewerkt om de eerste stukken aan elkaar te naaien. Heel lastig om alles goed te houden, spelden gebruik ik hiervoor niet want dat werkt niet lekker met die gladde stof. Op het allerlaatst, bij het zigzaggen, bleek dat ik op een bepaald moment over een van die kielen heen aan het naaien was … een fout die iedereen waarschijnlijk wel eens maakt, zeker als je met een paar vierkante meter stof werkt. Een zigzag haalt gelukkig makkelijk uit. Wanneer ik verder ga weet ik nog niet, wat ik wel weet is dat het nog enkele tientallen uren werk zal zijn. En ik heb dringend zoomband nodig, dus ik ga morgen waarschijnlijk naar Den Haag.

Vliegerfotografie?

Ooit hoop ik nog eens luchtfoto's te maken met een op afstand bedienbare camera. Ik ben jaren geleden begonnen met na te denken over radiografische besturing en een stabiele ophanging voor een camera. De ontwikkelingen rond wat men tegenwoordig 'drones' noemt (officieel RPAS = remotely piloted aircraft systems oftewel op afstand bestuurbare luchtvaartuigen) en de perfectie en het semiprofessionele karakter daarvan hebben dit alles eigenlijk ingehaald.

Sanjo

Omdat ik een stabielere en veiligere vlieger zocht voor het maken van luchtfoto's, liet ik de parafoil even voor wat het was: een prachtig engineered stukje naaiwerk … dat nog niet af is. Nu ik er in december 2019 over schrijf, 12 jaar nadat ik eraan werkte, heb ik natuurlijk weer zin dit af te maken maar het aantal hobby's en semiprofessionele activiteiten is inmiddels nog weer aanzienlijk gegroeid.

Ik kwam erachter dat er een erg eenvoudig model is dat zowel stabiel vliegt als een grote trekkracht heeft: de Sanjo Rokkaku. Ik heb het ontwerp uitgewerkt in de hiernaast staande figuur. Aan het maken ervan ben ik nog niet begonnen.

Mijn Delta met een spanwijdte van 3,65 meter in vol bedrijf tijdens een vakantie in Jouan Labie, Frankrijk, juli 2005

Mijn Delta met een spanwijdte van 3,65 meter in vol bedrijf tijdens een vakantie in Jouan Labie, Frankrijk, juli 2005.

Vliegeren is hard werken!

Vliegeren is hard werken! Als een delta eenmaal in de lucht staat heb je er geen omkijken meer naar. Meestal dan. Mijn kleding is niet grappig bedoeld. Als basis voor de spoel heb ik een fietsnaaf gebruikt. De leren handschoenen zijn absoluut noodzakelijk als je de volgende dag nog wilt kunnen orgelspelen, althans met tien vingers. Foto Sabine, juli 2005

Het naaien van mijn parafoil van 220 bij 330 cm. Dit zijn de eerste twee van de zes kleuren van de regenboog

Het naaien van mijn parafoil van 220 bij 330 cm. Dit zijn de eerste twee van de zes kleuren van de regenboog. Foto november 2007

De parafoil zoals hij ongeveer moet worden

De parafoil zoals hij ongeveer moet worden. Deze is iets kleiner, maar gemaakt aan de hand van hetzelfde vliegerboek als die van mij, hoewel ik ook andere tekeningen erbij gebruik. De vlieger is geheel slap, dus zonder stokken. Hij wordt in vorm gehouden doordat de wind de 'kanalen' opblaast en verder moet je de lengte van elk van de maar liefst 21 toomdraden met de wet van Pythagoras berekenen. Foto Jos de Bont

Het naaien van de parafoil

Het naaien van het rode bovenblad en tussenschot aan het gele aangrenzende bovenblad. De kopse kanten zijn al omzoomd, waarbij dacron verstevigingsband is meegenaaid.

Het naaien van de parafoil Het naaien van een kiel van de parafoil

Het naaien van een kiel van de parafoil.

Het naaien van een kiel van de parafoil

Er komt erg veel kracht op de kiel te staan, zeker op het punt waar er een lijn aan zit. Daarom wordt stevig dacron meegenaaid.

Het naaien van een kiel van de parafoil

Twee kielen zijn klaar.

De Sanjo, stabiel en met een hoge trekkracht, heel geschikt voor luchtfotografie

Het volgende project: een op het oog eenvoudige Sanjo, die stabiliteit paart aan trekkracht. Heel geschikt voor luchtfotografie! Eerst maar eens de parafoil afmaken.

Met vriendelijke groeten,
Rens Swart