Fascinatie is de sleutel tot kwaliteit

Kerkbeesten in de Corneliusbasiliek: uilen, vleermuizen, muizen en spinnen

11 februari 2021

Een groot, verlaten, oud gebouw staat nooit helemaal leeg. Hele legers aan dikke spinnen blijven er hun webben spinnen, muizen jagen door de krochten, vleermuizen bevolken de zolders, duiven raken er verdwaald, kauwen kletsen dat het een aard heeft en … als je geluk hebt verblijven er prachtige beschermde diersoorten als de kerkuil!

In de Corneliuskerk is dat niet anders. Ik kom overal dus ik weet ze te vinden. Ik heb eigenlijk maar over één beest gemengde gevoelens: mijn kerkuilen!

Spinnen, hele grote!

Geen groot, rustig, oud, leegstaand gebouw zonder spinnen! Ik moet zeggen, het zijn er honderden. Ze bouwen overal hun dikke brede trechterwebben. Ik heb al eens verteld dat de muren en gewelven van de Cornelius helemaal bedekt zijn met een weefsel aan grof spinrag, dat in de loop der tijd vuil wordt en dus zwart afsteekt tegen het gewelf van gele IJsselsteentjes. Een van die rakkers heeft daags nadat ik een nieuwe sterke LED-lamp bovenin het schip had opgehangen gedacht: "weet je wat leuk is? Ik maak een hele lange dikke draad en die laat ik zo langs die lamp naar beneden, dan kan iedereen hem zien!" De oplichter.

Bij het herhaaldelijk stofzuigen van het schip en met name ook het portaal met zijn hoeken en gaten zijn er heel wat spinnen gesneuveld. Maar het valt me ook op dat ik heel vaak midden op de tegels een grote dode spin zie liggen. Ik leid hieruit af dat het met mijn intrek toch minder gezellig is geworden.

De aangetroffen spinnen zijn waarschijnlijk de gewone huisspin of de grote huisspin, ze zijn tot een centimeter of acht. Met poten dan hè.

Muizen

De Cornelius is zeer arm aan muizen. Ik heb er nog nooit een gezien, ook niet in de buurt. Dat is geen wonder, want met kerkuilen in de buurt kun je er zeker van zijn dat de muizen al opgepeuzeld zijn voor ze stoute plannen kunnen maken. Wendy, lid van de kerkuilenwerkgroep Steenbergen, probeert mij met dit argument te overtuigen die kerkuilen vooral op mijn gewelven te blijven gedogen.

Wacht, ik heb er eens een gezien en gefotografeerd (een muis dan hè): op een gordelboog bovenop het gewelf, vlakbij de nestkast van de kerkuilen. Ach, hij was reeds overleden. Zie je hem? De uilen hebben dit op hun geweten, dat is wel zeker, maar wat betekent dit?

Een dooie muis bij de kerkuilennestkast

Trouwens Welbergenaren: gelieve geen rattengif en zo te gebruiken, want dat betekent onherroepelijk de dood van onze kerkuilen!

De plaats achter de bedrijfshal waar ik aan aantal auto's buiten had staan, werd juist druk bevolkt door muizen. Toen ik een van die auto's na de verhuizing naar Welberg eens goed bekeek, bleek dat ze het handschoenenkastje heel comfortabel vonden!

Een dooie muis bij de kerkuilennestkast

In de Dom van Keulen zit geen kerkuil, althans niet in het schip. Ik zat rustig naar een demonstratie van het orgel op Youtube te kijken, opgenomen 's avonds in de lege kerk, toen er ineens een muis het middenpad overstak!! Helemaal onderin beeld, de filmer had het ook in de gaten!

Een muis steekt in de Dom van Keulen het middenpad over

Vleermuizen

Het ecologisch rapport dat geschreven werd voor de herziening van het bestemmingsplan Welberg-Centrum maakt melding van de mogelijkheid van aanwezigheid van vleermuizen op het gewelf en in de toren. Ja, dank je de koekoek. Het was trouwens niet zo'n betrouwbaar rapport, want die oenen schrijven wel over uilen, maar hebben kennelijk niet echt op het gewelf rondgekeken en daardoor de nestkast niet gezien …

Op het gewelf liggen miljoenen vleermuiskeutels. Ik overdrijf niet. Maar ze zijn volgens mij oud en verdroogd. Ik heb op het gewelf nooit een vleermuis gezien, op één keer na toen er een vleermuis over mijn hoofd vloog. Ik ken eigenlijk alleen de dwergvleermuis en dat was deze reus zeker niet.

heel veel vleermuiskeutels

Dit hierboven zijn volgens mij vooral vleermuiskeutels. En dat hieronder ook, op het witte plaatje zie je ze goed. Verderop op het gewelf zie je ze ook liggen. Er staan ook nog twee ouwe lampen.

Op dit witte plaatje sterft het van de vleermuiskeutels Op dit witte plaatje sterft het van de vleermuiskeutels

Je ziet de vleermuiskeutels ook op deze foto, met name de dikke laag 'graankorrels' in de gleuven naast de gewelfribben (rechtsonder). Je ziet hier nog veel meer: de elektra en de transformatorkast van de hogedruklamp die uit de vieringsluitsteen (daar is dit: het centrum van de kerk) hangt, kerkuilenstront, leidingen die waarschijnlijk van de geluidsinstallatie zijn geweest. Dit heb ik inmiddels opgeruimd, elders heb ik je de vuilniszak met 13 kilo bende laten zien en er hangt nu een LED-straler in de sluitsteen.

Mijn kerkuilen

Ik ben geen dierenfluisteraar maar dat ik kerkuilen in huis heb is toch wel geinig, hetgeen je aan de ietwat liefkozende titel van deze paragraaf ook wel kunt zien. Maar ik heb er nogal gemengde gevoelens bij.

Een klein half jaar vóór ik eigenaar van de kerk werd, heb ik hem goed verkend. Je moet toch precies weten wat voor kat je in de zak koopt, nietwaar? Het viel me toen op dat er op de houten plankieren op het gewelf witte strontsporen zaten, samen met zwarte dingen waarvan ik vermoedde dat het braakballen waren. Als kind leerde de boswachter me wat dat zijn en dat ze door uilen worden uitgebraakt.

Nadat ik de kerk verworven had, bezocht ik regelmatig het gewelf en de kap, onder meer om precies weten te komen waar de leidekking slecht is en waar er lekkages en slechte plekken zijn, om daarmee de kap en kerk te kunnen behoeden voor verdere achteruitgang. Ook wil ik dat er geen 'ongedierte' in de kerk huist, want het agressieve karakter van vogelstront en met name ammoniak is heel slecht voor het gebouw en het geeft zo'n bende. Daarnaast ga ik met onderhoud en met name met de elektrische installatie boven het gewelf bezig en het is niet zo prettig dan met je handen en voeten elke keer in de stront te zitten.

Al in de maand dat ik Welbergse kerkrat werd, in december 2019, constateerde ik dat er sinds ik de kerk bezocht vóór ik hem kocht wel wat veranderd is. Een kerkuil, of een hele kudde zou ik zeggen! Jemig, wat een smerige bende was het geworden! Ik zocht hulp om te kunnen thuisbrengen wat voor kerkbeesten het gewelf onveilig maken. Gelukkig heb ik een ecoloog in de familie en die bevestigde dat het om kerkuilen gaat. Hij vertelde er opgewekt bij dat deze beesten tot enige tijd geleden op de Rode Lijst stonden en dat ze beschermd zijn. Nou, heb ik weer hoor, een mooi beest dat mijn prachtige historische onroerend goed achteloos onderschijt.

Dit is het houten plankier over de gewelven, dit is op de 'viering', de kruising tussen het schip (de middenbeuk) en de beide transepten (de 'zij-armen' van de kerk), het is dezelfde locatie als de foto hierboven.

Wat een smerige bende op het gewelf van de viering

En hier (hieronder) moet ik dan straks lekker aan de elektra werken. Dit is de kruin van het gewelf van het zuidertransept, je ziet de gemetselde kruisribben en in het midden een buisje waardoor een zwarte kabel (de stroomkabel) en een witte kabel (de stalen draagkabel) gaan waar de lamp aan hangt. De vleermuiskeutels zijn ook goed te zien in de gleuven aan weerszijden van de gewelfribben en je ziet een enkele kerkuilveer.

Witte uilenstront te over, met de elektra van de transeptverlichting in het midden

(Trouwens, hieronder zie je dezelfde plek terwijl ik aan de elektra werk (14 juli 2020). Een meter rond het buisje waar de lamp doorheen hangt heb ik de troep opgeveegd. De oude lamp is losgemaakt, de staalkabel hangt naar beneden om de nieuwe lamp aan op te hangen om daarna te proberen de nieuwe elektrakabel van onderaf door het buisje te krijgen. Op negen meter hoogte … je kunt er niet bij. Rechts de nestkast, nadat ik hem al verplaatst had, zie verderop.)

Wat een smerige bende op het gewelf van de viering

De foto's hierboven maken het makkelijker de dader te identificeren: dunne rondspetterende witte stront (we zijn nu toch aanschouwelijk bezig) van de vele kalk door de muizenbotjes als ik het wel heb en uit hetzelfde beest ook nog zwarte lichtgewicht 'bonbons' (smakelijk) van een centimeter of vijf: de uilenballen.

Kerkuilenstront en uilenballen

Ik heb zijn paspoort ingenomen. Kan niet missen: de kerkuil.

Een slagpen van de kerkuil

Op een spant van het zuidertransept staat een oude groene nestkast. Vreemd genoeg staat hij een paar meter van de gevel.

De 36 jaar oude nestkast De 36 jaar oude nestkast

Ter oriëntatie de foto hieronder, die ik kort geleden heb gemaakt nadat we de nestkast door een nieuwe hebben vervangen. De oude nestkast stond op het spant dat je meer naar voren ziet; we hebben hem tijdelijk verderop gezet. Je kijkt vanuit het midden van de kerk naar het transept (de dwarsarm aan de zuidkant). Het gewelf en de kap zijn daar lager dan in het middenschip. De gevel is voorzien van drie smalle twee meter hoge vensters.

Kijkje naar de nestkast op het gewelf van het zuidelijke transept

Ja, kerkuilen!

Ik was al een tijd bezig om mensen te vinden die iets van de nestkast of de uilen af wisten, maar dat lukte niet. Eind maart 2020 klom ik nog eens naar de nestkast. Toen ik hem aanraakte, vloog er … zoef … een uil uit!! En tien seconden later nog één! De eerste vloog linea recta door het kapotte raam in de gevel naar buiten, de andere ging de andere kant op en bleef op het gewelf. De nestkast is dus inderdaad bewoond en de daders van de schijtzooi zijn gesnapt!

Later heb ik nog een aantal keer de uilen op het gewelf gezien. Ik loop zachtjes het gewelf op, doe de torendeur achter me dicht want anders vliegen ze de toren in en krijg ze er dan nog maar eens uit, doe het licht aan en luister en kijk. Het typische van kerkuilen is dat je ze als je goed luistert wel hoort als ze opvliegen, maar niet als ze vliegen! Ze vliegen volkomen geruisloos, dat is onderdeel van hun succes op muizenjacht. Je herkent ze een beetje aan hun grootte en aan dat hun vleugels aan de onderkant tamelijk wit zijn.

Wat wil ik met de kerkuilen? De kerkuilenwerkgroep

Waarom zit ik achter de uilen aan? In de eerste plaats wil ik dit gebouw behouden. Ik stofzuig thuis ook heus niet elke week, maar er zo'n klerenzooi van maken gaat zelfs mij te ver. Ik had direct al gezien dat de ijzeren bouten van de spanten in de menie gezet zijn en ik dacht toen al: dat is niet alleen tegen roest door vocht maar ook tegen de ammoniakdampen van stront!

Daarnaast moet ik lampen en elektrische leidingen aanleggen of vervangen en dus moet ik overal op het gewelf zijn. Lekker klussen tussen de slingerschijt is niet zo'n pretje en wacht es effe: het is wel mijn gebouw, ja?! Dus gedraag je een beetje. Verder zijn de glazen in de smalle vensters in de gevels kapot of verzakt en daar wil ik ook wat aan doen, zowel vanwege inregenen als omdat de kauwen er met hun verhuiswagens met zooi naar binnen komen. Ander probleem: ik moet heel veel leidingen aanleggen van de meterkast achterin de kerk naar het schakelbord in de gang naast de absis en de enige manier waarop dat kan is over het gewelf, precies langs het spant waar de uilenkast op staat.

Ik vond de provinciale uilenwerkgroep, maar die reageerde niet. Later probeerde ik een ander contact en toen kreeg ik René den Outer van de Kerkuilenwerkgroep Steenbergen aan de lijn. Ik moet zeggen: hij sprong een gat in de lucht dat ik contact opnam. De werkgroep brengt verblijfplaatsen van de kerkuil in kaart en gaat minstens eens per jaar op inspectieronde, onder meer om legsels proberen te tellen. In het verleden hebben ze hier in de Cornelius contact gehad (waarschijnlijk met koster Ton de Jong) en recentelijker weigerde de makelaar uiteraard alle medewerking. Dat ik coöperatief was en wist te vertellen dat de nestkast door een kerkuilenkoppel bewoond wordt was dus goed nieuws.

In principe zouden we de nestkast tegen de gevel kunnen zetten met een invliegkoker. Zo'n koker is er nu ook, maar die lijkt voornamelijk door de kauwen gebruikt te zijn en nu de bovenste ruitjes zijn verzakt is er een 30 cm hoge opening die vrijuit toegang geeft tot het gewelf. Die openingen moeten dan dus worden afgedicht en dat is niet heel makkelijk maar zou ik wel graag willen. De uilen hebben dan hun nestkast maar komen het gewelf niet meer op. Dat zou mij wel wat waard zijn.

Je moet dan een paar dingen zeker weten. Als je de openingen afdicht, moeten de uilen niet binnen zijn en ze verstoppen zich nogal dus dat is lastig vast te stellen. En je moet zeker weten dat een eventueel nest is uitgevlogen.

Jonge kerkuilen!

Vanwege lekkages en elektra ga ik nogal eens het gewelf op en dan kijk ik gelijk of ik uilen vind. Op 20 mei 2020 liep ik naar de nestkast en wat denk je? Het deksel zit dicht, maar het dunne zijwandje hangt los en door de kier kun je naar binnen kijken. Ik zie twee pluizenbollen en één oog! Dat zijn dus minstens twee jongen! Later zag ik dat het er drie zijn. Ik ben regelmatig gaan kijken, maar ik verstoor ze zo weinig mogelijk en maak de kast niet open.

Twee kerkuiljongen in de nestkast

Een dikke week later kwam René den Outer van de Kerkuilenwerkgroep Steenbergen langs en kennelijk is het niet erg de uiltjes bij hun kladden te pakken. Kijk: een jonge kerkuil! Hij of zij heeft nog twee broertjes of zusjes! Nog een paar weken en dan vliegen ze uit.

Een van de drie kerkuiljongen in de nestkast Een van de drie kerkuiljongen in de nestkast

Op 29 juni was ik met een vertegenwoordiger van een dakdekkersbedrijf de toestand van dak en dakbeschot aan het bekijken, toen de uilen ons om te oren vlogen! We waren er precies op het moment dat de drie kerkuilen uitvlogen. Dat was precies 32 dagen na de foto hierboven. Ik heb vier uilen gezien, twee jongen en twee volwassenen: ze bleven op het gewelf (dat is met 17 bij 35 bij 8 meter groot zat).

Een van de kerkuilen op het gewelf Een van de kerkuilen op het gewelf

Hier vloog ergens een kerkuilenjong heen, maar ik kon hem ook met werklamp niet vinden. Dan maar een foto met flits maken, ik ben benieuwd. En inderdaad …

Een van de kerkuilen op het gewelf

Wat nu?

Nu de uilen waren uitgevlogen, zouden we maatregelen kunnen nemen. Er zitten hier waarschijnlijk al decennia af en toe kerkuilen, maar ik schat dat tachtig procent van de poep van dit jaar is! Dus dat kan zo geen jaren doorgaan. Nu moet ik wel zeggen dat de kerkuilenwerkgroep niet met een eenduidig plan van aanpak kwam. In eerste instantie zouden we na het uitvliegen en eventueel wachten of er nog een tweede legsel komt de raamopeningen kunnen dichtmaken en een nieuwe nestkast kunnen plaatsen met een invliegkoker door de raamnis. Kerkuilen zijn zeer honkvast dus ze willen hier beslist blijven en komen ongetwijfeld de verplaatste nestkast opzoeken. Zo zouden ze wel broedgelegenheid houden, maar geen toegang meer hebben tot het hele gewelf. Maar uiteindelijk waren René en Wendy hier toch niet zo happig op. Wendy probeert mij te overtuigen: het is toch geweldig dat je zulke prachtige dieren onderdak kunt verlenen en jij hebt in de wijde omtrek zeker geen last van muizen meer!

Wat vind jij?

Hoe dan ook, ik heb eerst de oude nestkast (die niet ooit verplaatst was of zo: hij was vastgespijkerd aan het spant) verplaatst naar het spant dichterbij de gevel, zodat ik te zijner tijd met mijn leidinkies aan de slag kan zonder bang te hoeven zijn dat ik eventuele jongen verstoor. Het bleek dat deze nestkast gedateerd is: 24 januari 1984, meer dan 36 jaar oud!, KU-21 (Kerkuilen?), VGW BOZ (Vogelwerkgroep Bergen op Zoom?).

De meer dan 36 jaar oude nestkast van de kerkuilen op het gewelf De meer dan 36 jaar oude nestkast van de kerkuilen op het gewelf

Op 16 december 2020 kwamen de werkgroep een (bijna) nieuwe nestkast brengen. De oude moet ik nog afvoeren en hebben we ergens onder gezet. Ik heb de weken erna gemerkt dat de nestkast niet door de uilen gebruikt wordt, ook niet om te slapen. Daarentegen heb ik wel twee keer gemerkt dat de uilen een smalle nis in vliegen: een soort spouw tussen de eindboog van het koor en de eindmuur. Ik heb dat zitten reconstrueren: die gordelboog is dus niet tegen de eindmuur gebouwd, maar er zit een spouw van ongeveer een meter diep en de uil is daar niet zichtbaar maar verstopt zich achter een stuk muurwerk dat met de schoorsteen te maken heeft. Dus hij zit vanuit de kerk gezien precies achter de schildering van God de Vader!!

De meer dan 36 jaar oude nestkast van de kerkuilen op het gewelf

De bijna nieuwe nestkast. (Kent iemand Claudie uit april 1990? Of beter gezegd: wie was verliefd op Claudie?)

Op donderdagavond 5 november 2020 hoorde ik rond kwart voor elf veelvuldig ongeveer een kwartier lang het gekrijs van een kerkuil. Buiten. Het zou ermee te maken kunnen hebben dat de ouders hun kinderen wegjagen, want ze houden die lekkere Welbergse muisjes het liefst voor zichzelf nu de kinderen het nest verlaten hebben. Dus denk maar niet dat die dit jaar paps en mams een kerstkaart sturen!

Kauwen

Kauwen: die herriemakers vinden het in de kerk ook heel gezellig. In de drie smalle twee meter hoge vensters boven het gewelf in de transeptgevels zit glas ingemetseld en die platen laten deels los en daardoor is er een aantal openingen ontstaan van maximaal een centimeter of dertig hoog. Kauwen weten die feilloos te vinden, machtig interessant! Dat heeft in de loop der jaren geleid tot een kolossale stoffeerwoede. De ruimte tussen gewelf en onderkant van de ramen is opgevuld met een stapel takjes van meer dan een meter bij een meter. Er was een eitje te vinden, maar er wordt ondanks al het misbaar niet gebroed.

De kauwen hebben hier een paar kubieke meter takjes naar binnengesjouwd

Je ziet op deze foto ook de invliegkoker die naar ik aanneem ooit voor de kerkuilen is gemaakt. Maar er zit dus geen nestkast aan: die staat vijf meter verderop. Dat snap ik niet, de nestkast was aan het spant vastgespijkerd dus zo bedoeld.

Hulp gevraagd: heb je zin om me te helpen deze takkenbende op te ruimen? Het zijn denk ik vijftien vuilniszakken vol. Daarnaast zoek ik hulp om het glas goed in de sponningen terug te zetten of te vernieuwen, hulp & ideeën welkom. Als ik zeker weet dat de uilen niet binnen zijn tenminste.

Ook in de toren zitten kauwen. De galmgaten zijn behoorlijk strak afgedicht met een kunststof gaas, maar op een of andere manier hebben kauwen er lol in om zich door de opening bovenaan te wurmen, ik heb het ze met verbazing zien doen. Gebroed werd er niet, een takkenbende was het wel.

De takkenbende van de kauwen op de klokkenvloer

Ik heb dit op 8 april 2020 opgeruimd, twee vuilniszakken vol.

De takkenbende van de kauwen op de klokkenvloer: opgeruimd!

Duiven

4 juni 2020 trof ik een duif aan op het gewelf, die bij de grote heldere ramen van de schipdakkapel hoopte dat hij eruit zou kunnen. Ik dacht: ik ga je niet redden, vriend. Elders op het gewelf heb ik enige karkassen gevonden die waarschijnlijk van duiven zijn. Erin is makkelijk, maar de weg naar buiten vinden niet, zeker niet met zo'n mooi groot licht raam dat hoop biedt maar waar je toch niet doorheen kunt. Maar later dacht ik: de enige eenvoudige manier om hem te redden, en ook mijzelf een dooie duif te besparen, is om het raam van de dakkapel open te zetten. Discutabel, want je kunt er ook nog zeven duiven bij krijgen. De volgende ochtend lukte dit inderdaad, al ging dat raam niet makkelijk open. Ik ging op een strategische plek staan. Na mij enige tijd bestudeerd te hebben vanaf een spant, vloog het duifke terug naar het raam. Bam, verkeerde kant, tegen het glas, en floep daarna was hij door het wijd openstaande raam gevlogen. Duifje gezien raampje dicht.

Met vriendelijke groeten,
Rens Swart