Fascinatie is de sleutel tot kwaliteit

Autobladen zijn eenzijdig. En ik ook

9 maart 2012, 25 juli 2014

Je zou misschien verwachten dat ik als autoliefhebber, of beter gezegd, liefhebber van bepaalde jonge klassieke auto's, autobladen verslind. Dat is bepaald niet zo. Uit de meeste autobladen put ik weinig inspiratie. De meeste autojournalisten hebben een nogal eenzijdige voorkeur. Natuurlijk, ik ben ook eenzijdig. Maar van autojournalisten vind ik het eigenlijk nogal onjournalistiek. Bovendien is mijn eenzijdigheid disjunct met die van de gemiddelde autobladenschrijver. Dat maakt autobladen grosso modo weinig interessant voor mij. En soms ergerlijk.

De meeste autojournalisten hebben een onverholen voorkeur voor de degelijke Duitse merken. Het gaat vaak over BMW, Audi en vooruit, Mercedes. En Porsche natuurlijk. Zelfs een uitvoering van een van die auto's met een scharnier in een afwijkende kleur vormt al aanleiding tot een artikel. En het moeten vooral rijdersauto's zijn, dat zijn dingen waarbij je voelt op welk type plaveisel je rijdt, of zoals men dan met serieuze trots zegt: waarbij je voelt of je over een euro of een dubbeltje rijdt.

Natuurlijk, autojournalisten staan mijlenver af van het overgrote deel van de autorijders: die wil gewoon lekker en niet te duur van A naar B rijden, meer niet. Die hoeven de hedendaagse autobladen niet meer te kopen want die gaan daar nog maar zelden over. Maar de autopers vergeet dat er ook nog mensen zijn die zich wel degelijk autoliefhebber noemt, maar die hun eeuwige voorkeur voor die saaie Duitse auto's allesbehalve deelt. En daar hebben wij, want ik ben zo'n autoliefhebber, een goede reden voor: wij vinden stijl en comfort belangrijk. Wij hebben niks met die saaie, zwarte, harde, oncomfortabele zogenaamde 'rijdersauto's'.

Eigenlijk ben ik dus helemaal geen autoliefhebber. Want ik volg het autonieuws niet en ben in de meeste auto's helemaal niet geïnteresseerd. In nieuwe auto's ben ik hoe dan ook niet geïnteresseerd, ja, in de Jaguars natuurlijk en een auto als de Citroën C6 en in de Tesla Model S, de eerste grote compromisloos volledig elektrische auto die nog steeds in productie moet worden genomen (ik schrijf dit mei 2012) maar ik twijfel er geen moment aan dat hij auto van het jaar wordt, in 2013 misschien wel. Audi's vind ik mooi vormgegeven, maar ik kan ze niet meer uit elkaar houden en ik hou in het algemeen niet van die jochies die erin rijden. En ik verbaas me erover dat de ontwerpers van die fraaie auto's zelf die wagens van kerstboomverlichting voorzien.

De ellende is dat zelfs merken als Citroën de laatste jaren hun oren laten hangen naar hetgeen de gemiddelde autojournalist kennelijk waardeert. Vroeger waren de fransozen echt comfortabel. Peugeot adverteerde in de jaren tachtig of negentig met "jazeker, comfort is een Frans woord", herinner ik mij; de Peugeot 605 is een onvoorstelbaar ondergewaardeerde auto, merkte ik toen ik hem voor een vriend van mij testte. Maar de laatste tien jaar zijn ook Citroëns gewoon even keihard als Duitse wagens. Met dito stoelen. En alles zwart, zwart en nog eens zwart. Misschien dat autojournalisten ze dan waarderen, maar de liefhebber die comfortabel en stijlvol van A naar B wil rijden …

Ik vind een BMW 7-serie interessant, groot en sjiek, maar een drietje? Ik herinner me nog dat die dingen vierdeurs werden en daar heb ik toen eens op de achterbank gezeten. Jemig, dat je trots op zo'n bakje kunt zijn! Goed, de tijden zijn veranderd. Een BMW biedt heus wel ruimte. De hedendaagse Ford Mondeo is een stuk forser dan een Ford Scorpio, lange tijd een van mijn favorieten, terwijl hij destijds een klasse hoger lag. Maar ik vind BMW doorgaans niet mooi en niet interessant en ik heb een verschrikkelijke hekel aan het superioriteitsgevoel van bezitters en autojournalisten om alles altijd maar aan zo'n auto af te meten.

Ik deed in 2010 of zo mee aan een prijsvraag van een tijdschrift, meestal tijdverspilling want ik heb verstand van kansrekening. Het ging over horloges en in dat blad verlootte men proefritten naar een fabriek van horloges in Zwitserland, te maken met het nieuwste model BMW 5, die je dan ook zou moeten testen. Ik won niet, maar een dame informeerde telefonisch of ik in zo'n wagen geïnteresseerd was. Nou, niet als ze nieuw zijn, zei ik. "Ik wacht meestal vijftien jaar en dan koop ik er een paar tegelijk." Aan de reactie van de dame aan de andere zijde van de lijn, of beter gezegd het volstrekt ontbreken daarvan, kon ik goed horen dat ze zoiets merkwaardigs nog nooit gehoord had.

Maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat er toch ook wat te genieten is in de 'gewone' autobladen. (In klassiekerbladen, al dan niet van Engelse oorsprong, is natuurlijk altijd wel wat te vinden dat mij inspireert of interesseert.) Het valt me op dat er de laatste tijd in Autovisie in zowat elk nummer een rubriek is die aandacht besteedt aan oude modellen en de, meestal ongebruikelijke, verhalen van de mensen die zo'n auto waarderen en rijdend houden. In NRC-Handelsblad, toch bepaald geen autokrant, schrijft Bas van Putten op onnavolgbare wijze behartigenswaardige volstrekt onafhankelijke dingen over alle mogelijke auto's. (En van zijn schrijfkunst kan ik nog veel leren.) Het nieuwe model Mercedes C-klasse werd in de zomer van 2014 zowel door Van Putten als in de Autovisie geroemd omdat hij zo breekt met de hierboven genoemde wetten dat auto's keiharde rijdersauto's moeten zijn. De wagen wordt geroemd om zijn … comfort! Aha!

Ik koop regelmatig tijdschriften, als er mooie jonge klassiekers in behandeld worden of als er grote nieuwe wagens in worden besproken, zoals Jaguars, de Mercedes S-klasse, BMW 7-serie, of bijzondere wagens als de Tesla model S. Daarnaast koop ik af en toe klassiekertijdschriften. Ik koop zo weinig dat het haalbaar is alles te bewaren wat ik koop (nou ja, bijna). Er komt nog een pagina met een lijst met de tijdschriften die ik heb en wat er voor mij aan interessants in staat.

Wat in ieder geval leuk is, is dat ik in de jaren tachtig begon af en toe een tijdschrift te kopen met daarin een auto die me interesseerde. Dat waren toen onbetaalbare wagens, maar de tijd is voortgeschreden, ik heb de tijdschriften nog en het is (meer dan bij welk type tijdschrift ook) leuk erin terug te lezen en je te realiseren dat je deze kostbare wagens nu voor enkele duizenden euro's kunt kopen! Misschien zegt dat wat over mijn liefhebberij: in de jaren tachtig vond ik bepaalde nieuwe wagens mooi en ik ben ze blijven waarderen; mijn liefhebberij is niet met de tijd meegegaan, zodat ik nu per ongeluk wagens waardeer die reeds het klassieker- (of 'youngtimer'-) stadium hebben bereikt.

Handig is dat ze daardoor ook voor mij min of meer haalbaar zijn …

Op de volgende pagina sta ik stil bij welke modellen ik vanaf het ontluiken van mijn autoliefhebberij mooi vond. Maar rechts zie je ook al een paar modellen die ik op een of andere manier bijzonder (en in ieder geval bijzonder fraai) vond en vind.

> Volgende pagina:   Welke auto's vond ik mooi?

Jaguar laat in zijn vormgeving zijn verleden los: de XJ van 2009

Jaguar laat in zijn vormgeving nu toch het verleden los en ontwerpt unieke auto's. Je (ik) moet er dus aan wennen maar het blijft toch een Jaguar. En hij is ook mooi. Dit is de in 2009 geïntroduceerde Jaguar XJ.

De eigenzinnige en hypercomfortabele CitroŽn C6

Het kan dus nog wel: unieke eigenzinnige auto's bouwen. Met de nadruk op c-o-m-f-o-r-t!! De Citroën C6. Jammer dat bijna alle C6'en in het zwart zijn geleverd.

Tesla Model S

Voor mij zou het autonieuws een stuk interessanter zijn als autojournalisten hun eeuwige voorkeur voor BMW en Audi eens wat zouden temperen. Laat ze vooral aandacht besteden aan grensverleggende compromisloze wagens als de Tesla Model S, volledig en uitsluitend elektrisch aangedreven en nog prachtig ook! Dit moet in 2013 toch echt de auto van het jaar worden, vind ik.

Een Audi met LED-dagrijverlichting

Audi onderscheidt zich wat mij betreft door zijn fraaie, strakke, niet-gewilde vormgeving. Maar waarom verpest nota bene de fabrikant zelf zulke mooie ontwerpen met kerstboomverlichting in barokke vormen?! Het is me een raadsel.

De Peugeot 605 SRi, wat een ondergewaardeerde hypercomfortabele ruime wagen!

De Peugeot 605 SRi: wat een ongelooflijk ondergewaardeerde wagen! Hij is mooi - het wekt geen verbazing dat Pininfarina tekende voor het ontwerp. Maar hij is vooral zeer ruim en hypercomfortabel!

Met vriendelijke groeten,
Rens Swart