Fascinatie is de sleutel tot kwaliteit

Demontage van een electropneumatisch orgel van Verschueren English text Nederlandse tekst

Juni 2016

Overzicht:

Inleiding

Omdat ik op zoek was naar een groter orgel dan het Pels 'Alverna'-orgel, zoals beschreven op pagina 2 van dit onderwerp, om het uit te breiden en/of om het samen te voegen tot één orgel met alle technische uitdagingen die daarbij komen kijken, sprak ik met enkele orgeladviseurs en orgelbouwers. Na een aantal maanden wees een van hen mij op een orgel in een kerk die zou worden gesloten en verkocht. De pastoor wilde de kerk verkopen zonder dat het orgel in de weg zou staan. Hij was bereid het aan mij te verkopen (ik bedoel het orgel, maar feitelijk ook de kerk!), op voorwaarde dat ik het geheel uit de kerk zou verwijderen, inclusief alle randapparatuur die normaal bij een orgel horen (en dat is tamelijk veel meer dan je zou verwachten).

het Verschueren-orgel

Ik heb diep nagedacht over de voor- en nadelen, want het was geen erg klein orgel en moest de zware windladen van de tribune verwijderen, zo'n zes meter hoog. Eerst onderzocht ik het orgel om te zien wat we hier in handen hadden, of de tractuur, de windladen en het pijpwerk interessant waren, van voldoende kwaliteit en geschikt als basis voor een interessant orgel voor mijzelf. Uiteindelijk besloot ik dat dit inderdaad het geval was. Er was echter een probleem met de toetsoverbrenging (tractuur) van het tweede manuaal. Na enige elektrische metingen op het elektronicabord in de speeltafel, concludeerde ik dat het een gammele massaverbinding in de speeltafel was. De elektronica (zie later) functioneerde prima en dat was een hele opluchting.

De speeltafel van het Verschueren-orgel

Het betreft een middelklein tweemanuaals instrument van Verschueren uit Heythuysen, gebouwd in de jaren 1950 met een fijnzinnig karakter en een tamelijk goed Hobo-tongwerk, maar zonder zwelkast en strijkers. Meer details geef ik bij de foto's hieronder. In de jaren 1990 werd het orgel verplaatst van de kerkvloer naar de galerij of tribune (jaja, niet andersom!). De speeltafel bleef op de kerkvloer staan en de complete elektrische overbrenging werd vernieuwd in moderne elektronica, zoals op de foto hieronder te zien is. Alle signalen van de elektrische tractuur gingen nu door een dun kabeltje, in plaats van door een bundel van zeg 200 kabels zoals bij een traditionele elektrische tractuur.

De gehele conventionele elektra is vervangen door digitale electronica, hier in de speeltafel

Vervolgens maakte ik een plan hoe ik het orgel zou ontmantelen. Mijn goede vriend Gerard was bereid om me enkele dagen te helpen. De kleinere pijpen deden we in met dekens beklede kisten, de grotere pijpen en enkele andere grote onderdelen takelden we naar beneden aan een touw, met de hand, een voor een. Alle onderdelen werden zorgvuldig gefotografeerd, althans voor zover nodig om het orgel te zijner tijd weer feilloos in elkaar te kunnen zetten. De grootste en zwaarste onderdelen, die we niet aan een touw naar beneden lieten (heel wat ging wél aan het touw naar beneden!), zetten we boven bij elkaar aan de zijkant van de tribune. Op de laatste dag kwam een bevriende orgelbouwer met een ladderlift om de windladen en andere grote en zware onderdelen naar de kerkvloer neer te laten.

Het is behoorlijk veel werk. Maar het gehele orgel kon ik zonder moeilijkheden uit elkaar halen en werd in goede staat naar mijn werkplaats getransporteerd. Je weet nooit wat je tegenkomt, maar er was niet één onderdeel dat ik niet begreep. Hoewel, ja, de tremulant was dat aanvankelijk omdat hij er als een 'zwarte doos' uitzag. Verder was er een rond zinken windkanaal voor een van de Subbasladen die dwars door een van de balgen liep, naar later bleek zonder dat hij iets met die balg te maken had. Ik begrijp 90% van de electronica en van de 400 Volt 'laagspanning' zoals dat heet. Ik ken de man die het heeft geïnstalleerd, dus de laatste 10% komt zonder twijfel ook wel goed.

De samenstelling van het orgel

Zoals op de eerste foto hierboven en de foto hieronder zichtbaar is, bestaat het orgel uit twee delen. Het voorste gedeelte bevat het positief, het achterste gedeelte het hoofdwerk. De grootste houten pijpen van de Subbas 16' staan aan weerszijden van het hoofdwerk, binnen de kas. De pijpen voor de pedaalextensies staan op een aparte lade tussen het hoofdwerk en het positief in.

Rechts de frontpijpen van het positief-deel. De pijpen die je hier ziet, aan weerszijden van dit deel, zijn stomme (niet-sprekende) pijpen en puur decoratief. Vrijwel alle pijpen in het voorste front spreken echter wél en behoren tot de Prestant 8' van het Hoofdwerk. Ze worden niet gevoed door een van de windladen, maar staan op hun eigen directe frontlade. Alle frontpijpen zijn overigens vervaardigd uit zink dat electrolytisch van een tinlaag is voorzien en vervolgens min of meer gevernist, helemaal niet slecht. Links zie je de eiken kas van het Hoofdwerkgedeelte, met opnieuw een rij frontpijpen. De meeste van deze pijpen spreken, in dit geval in de Octaafbas 8' van het Pedaal. De langste pijp is 330 cm, inclusief voet. Je ziet dat deze pijpen direct op een aparte windlade staan, met tweetraps pneumatische tractuur eronder.

Zijkant van het orgel

Merk op dat tijdens de verplaatsing van het orgel van de kerkvloer naar de galerij, het Positief ongeveer 60 cm omhoog gebracht werd ten opzichte van de rest van het orgel, om hoog genoeg te staan om het geluid en het front boven de stenen balustrade te laten uitkomen. De windmachine werd in een nieuwe houten dempkist geplaatst, met isolatiemateriaal bekleed; deze is zichtbaar op de voorgrond van de bovenstaande foto.

Hieronder zie je de pijpen van het Positief, het tweede manuaal, omsloten door de frontpijpen. De pijpen staan in C- en C#-kant op de windlade.

het Verschueren-orgel

Een beter zicht op één kant van de windlade van het Positief. Links is het front met de grootste pijpen van de Prestant 8'. De vijf grootste pijpen van de Gedekt 8' en de Blokfluit 4' (met een conisch pijpcorpus) hebben een andere kleur: ze zijn gemaakt van gevernist zink; de rest is orgelmetaal (een legering van tin en lood). Het zwarte hout is het frame waaraan de frontpijpen bevestigd zijn, in feite een onding om te demonteren in transportabele vorm.

Pijpwerk van het positief

De grootste frontpijpen van de Octaafbas 8' van het Pedaal. De drie grootste pijpen spreken niet en zijn alleen voor de sier. Ze hebben niet eens een kern (en zijn daardoor overigens ook erg zwak op de soldeernaad). In het midden is de directe windlade zichtbaar met de niet in het front of op de grote Subbaslade staande pijpen van de Subbas 16' en Octaafbas 8' plus hun extensies. Beneden zie je nog net de klankbekers van het tongwerk Hautbois (Hobo).

Pijpwerk van het positief

Tussen de kerkmuur (of in feite de torenmuur) en het 'achterste front' zien we de pijpen van de Hoofdwerkregisters. Op de achtergrond de mahonie pijpen van de Subbas 16'.

Hoofdwerk, achterfront met Octaaf 8' en de Subbas van mahonie

Twee details van het pijpwerk. De typerende Blokfluit, met zijn conische pijpcorpus.

Het typerende conische pijpwerk van de Blokfluit

Het tamelijk fijnzinnige register Hautbois of Hobo, in Franse stijl of misschien moet ik zeggen zuidelijk, omdat deze stijl niet alleen gemeengoed is in Frankrijk, maar evenzeer in België en bij orgelbouwers in het zuiden van Nederland als Verschueren en Vermeulen. Typisch is de dubbele conus van de klankbeker, de bovenste conus wijder dan het onderste deel. Deze vorm zorgt voor het karakteristieke geluid en timbre van dit register.

De Hobo bekervorm

De discant van de Hautbois heeft de typische dubbele kop, een blok met een 'noot', de zuidelijke stemkruk en de ronde 'Bertounèche' lepel of keel.

De dubbele kop en zuidelijke lepel van de discant van de Hobo

De bas van de Hobo is, zoals gebruikelijk, uitgevoerd als een Basson, met de toelopende lepels in zuidelijke stijl met traanvormige opening.

Bassonkeel van de bas van de Hobo

De demontage van het orgel

De ontmanteling begon met de pijpen van de fronten: het front, het achterste front (zeer ongebruikelijk om een achterfront te hebben dat grotendeels schuilgaat achter het voorste deel van het orgel), en de zijfronten. Elke pijp werd afzonderlijk aan een touw naar beneden gelaten. Vervolgens werden de pijpen verwijderd die naast de windladen stonden, soms op aparte directe windladen, achter het front. Daardoor ontstond een goed zicht op het pijpwerk op de windlade. Natuurlijk werd ook het raamwerk waaraan de frontpijpen hingen gedemonteerd.

Hier zien we, op de voorgrond, de directe windlade van het eerste front waarvan de pijpen reeds zijn weggehaald. Dan zien we links een aantal grote pijpen die op aparte kleine windladen staan. Deze laden worden gevoed met de zwarte zinken windkanalen. De houten doos in het midden bevat de registertractuur.

De frontpijpen van het voorste front zijn verwijderd; de grootste afgevoerde pijpen staan nog op hun eigen windlaatje.

Met het Positief op de voorgrond, zien we achter het Hoofdwerk, met alleen nog de vijf grootste pijpen van het achtergrond op hun plek.

Via het pijpwerk van het positief zien we het hoofdwerk met daarvoor alleen nog de grootste vijf frontpijpen van het achterfront.

We verwijderden ook het simpele paneelwerk dat tijdens de opbouw van het orgel op zijn nieuwe plaats op de galerij werd toegevoegd. Daardoor wordt een deel van de windvoorziening en de balgen zichtbaar. Ook zijn de dikke multiplex platen zichtbaar die werden toegevoegd om het Positief ongeveer 60 cm hoger te plaatsen dan op zijn oude locatie. Het Positief maar ook het Hoofdwerk waren geplaatst op stalen balken, zichtbaar in oranje-rood.

Het paneelwerk dat was toegevoegd bij de verplaatsing van het orgel naar de tribune, is nu verwijderd, waardoor de windvoorziening zichtbaar werd. Ook is het multiplex te zien dat diende om het positief, dat voorheen op de oranjerode stalen profielen was geplaatst, met zo'n 60 cm te verhogen.

Aan de linkerkant van het orgel werd de dempkist met de windmachine ontmanteld.

De dempkist van de windmachine is nu verwijderd. Elke keer als ik een zwaar onderdeel naar de kerkvloer moet takelen, dacht ik tevoren goed na over het gewicht, de afmetingen, hoe ik het over de balustrade kon kantelen en hoe ik het zou vasthouden aan het touw. En OF het wel veilig te doen was. Toen ik de grootste, 260 cm lange mahonie pijp van de Subbas in mijn handen had, realiseerde ik me dat ik hem feitelijk tijdens het naar beneden takelen elke keer in één hand had. Je wisselt immers steeds van hand, nietwaar? Ik testte dit en … ja, ik kon de hele 25 kilogram wegende pijp in één hand houden …

De eiken zijpanelen werden gedemonteerd en naar de vloer getakeld. Ze zijn nogal groot en zwaar en deze klus moest met de hand gebeuren, dus daar had ik tevoren goed over nagedacht. Ja, dat ben ik.

De zware en grote zijpanelen moesten met beleid naar beneden getakeld worden. Met de hand ja, door mij.

Nu konden de pijpen worden verwijderd. De grootste en de frontpijpen werden naar de vloer getakeld met het touw en apart naar de hal getransporteerd. Enkele van de grotere pijpen werden verpakt in de grote pijpkist (door Gerard!).

De grotere pijpen die nog in de pijpenkist konden, werden netjes ingepakt door Gerard.

De pijpen die passen in de normale pijpkisten, werden daarin verpakt met dekens en schuim en deze kisten bleven op de galerij staan. Trouwens, de papieren etiketten zijn niet van mij! Ze zijn feitelijk onnodig omdat de registers toch wel worden herkend (door mij althans) en de toon bovendien in de pijp is gestempeld.

De grotere pijpen die nog pasten werden ook netjes ingepakt in de pijpkisten

De Hobopijpen zijn tamelijk zwaar vanwege hun dubbele loden koppen.

De stevels, koppen en schachten van de Hobo

Op deze manier werden vier pijpkisten volgepakt met grotere en kleinere pijpen. Omdat deze pijpen een tamelijk hoog gehalte aan tin hebben, kunnen ze zorgvuldig op elkaar gestapeld worden zonder al te veel kans op vervorming. Ik plaats de kleinste pijpen altijd op de bodem, het lijkt misschien tegennatuurlijk maar kleinere pijpen zijn beter bestand tegen vervorming omdat ze een veel kleinere boogstraal hebben. Tussen lagen pijpen gebruik ik dik golvend schuimfolie.

Zo werden vier pijpkisten ingepakt, de steviger kleine pijpen onderin

Zodra alle pijpen, het front, de frontraamwerken en de kastdelen zijn gedemonteerd en omlaag naar de vloer zijn getakeld, wordt het hart van het orgel zichtbaar. Dit kostte enkele dagen. Van links naar rechts: de windlade van het Positief (de grote frontwindlade is al verwijderd, je kunt hem rechtop zien staan achter in de hoek), de windlade voor de pedaalextensies, de frontlade van het achterfront en tot slot de windlade van het Hoofdwerk. Aan weerszijden van de Hoofdwerklade zie je de directe windladen voor de tien grootste pijpen van de Subbas. Merk op dat de pijproosters van het Positief al verwijderd zijn, terwijl die van het Hoofdwerk nog op hun plaats liggen. Normaalgesproken worden de pijproosters niet gelijmd maar geklemd. Merk voorts op dat de registertractuur van het Positief boven de lade uitsteekt, terwijl die van het Hoofdwerk aan de onderkant van de lade zit en niet zichtbaar is.

De windladen waarvan het pijpwerk verwijderd is

Nu kunnen de delen onder de windlade worden verwijderd: de elektrische tractuur en kabels en de balgen en windkanalen. We zien van links naar rechts de windmachine, de witte kast met elektronica, de windlade van de Subbas en die van het Hoofdwerk (met nog veel kleine pijpen), de transformator en gelijkrichter (de zwarte doos aan de muur), de windvoeding van de Subbaslade in flexibel Westaflexbuis, de regulateur van het Hoofdwerk en daaronder de hoofd- of magazijnbalg, dan enkele extensiepijpen van het pedaal, het stemplankier en de windlade van het Positief.

Onderdelen onder de hoofdwerklade

Rechts (foto onder) zie je de elektropneumatische tractuur van de frontlade van het 'achterfront' en van de Subbas. Ze hebben een dubbele, tweetraps tractuur. De bruine kist in het midden is de tremulant, werkend op het gehele orgel, niet alleen het Positief.

Overigens, veel orgelonderdelen en pijpen hadden lelijk schildersplakband met grote zwarte letters erop, daterend van een eerdere verplaatsingsoperatie van dit orgel. Uit de tekst kun je afleiden dat degene die deze teksten schreef niet goed begreep hoe het orgel in elkaar stak.

Onder de hoofdwerkwindlade van rechts

Tamelijk complex. Nog een hoop uit elkaar te halen.

Orgel midden te demonteren en nog vrij complex Precies zo

Wat is wat, wat is waaraan verbonden en wat loopt naar waar?

Precies zo

Alle onderdelen die te groot of te zwaar waren om naar de grond te takelen aan een touw, werden terzijde geplaatst voor de laatste dag. We hebben dan een ladderlift ter beschikking. Die zullen we nodig hebben! Op de eerste foto zien we de vier pijpkisten, de lange windlade van de achterste frontpijpen, de twee kleine mahonie windladen van de Subbas, de windmachine en in de hoek rechtop de windladen van de voorste frontpijpen en de pedaalextensies.

Spullen met vier pijpenkisten en windlade van het achterste front Voorlopig de zware en grote spullen aan de zijkant zetten

Dat is alles! Los van de grote stukken, zijn de windladen de grote uitdaging tijdens het ontmantelen van eender welk orgel. In dit geval (en dat komt vaak voor) is de windlade van een manuaal slechts één groot ding. Zelfs beide diatonische kanten (C en C#) staan op dezelfde windlade! Deze wegen, in dit geval, ongeveer 130 (Hoofdwerk) respectievelijk 140 (Positief) kilogram!

Alleen de windladen nog. Dit moet allemaal naar beneden!

De elektronische sturing en de elektrische installatie

Zoals gezegd is de conventionele elektrische tractuur van dit elektropneumatische orgel vervangen door elektronische tractuur bij de verplaatsing van het orgel van de kerkvloer naar de galerij. Zowel in de speeltafel als bij het eigenlijke orgel op de galerij is een digitaal elektronisch systeem geïnstalleerd. Ze communiceren met elkaar via een dunne kabel door middel van een ouderwets standaard industrieel serieel protocol. Overigens wordt ook de zwakstroom voor de stroomvoorziening van de speeltafel aangevoerd (via een aparte kabel) vanuit de voeding bij het orgel boven. Voorts loopt er van boven naar de speeltafel beneden nog een kabeltje waarmee het orgel in- en uitgeschakeld kan worden.

De speeltafel werd trouwens gedemonteerd van zijn plateau met wieltjes en het was het eerste orgelonderdeel dat ik naar mijn werkplaats transporteerde. Je hebt het elektronicabord boven al gezien, maar hier nog eens:

De speeltafel werd losgemaakt van het platform dat van wieltjes was voorzien, en was het eerste onderdeel dat naar mijn werkplaats werd getransporteerd

Alle functies en schakelaars in de speeltafel zijn met een draadje verbonden aan de analoog-digitaalomzetters op het bord en daar worden ze uitgelezen door de programmatuur die in de processor op het bord is geladen. Dit systeem gebruikt niet de bekende diodematrixelektronica, maar een apart draadje voor elke schakelaar naar de printplaat, bijvoorbeeld een per manuaal- of pedaaltoets of registerwipper. De hele installatie is buitengewoon netjes geïnstalleerd!

Elke schakelaar, bijvoorbeeld een manuaal- of pedaaltoets, is via een apart kabeltje verbonden met de analoog-digitaalomzetters op de printplaten

Het hoofdbord van de elektronica is te vinden in de witte stalen kast, die aan de wand naast het orgel is gemonteerd. Naast de elektronicakast zit de 400 Volt installatie, met hoofdschakelaar en 24 Volt relais en voeding naar de elektronica, windmachine en transformator-gelijkrichter. En rechts, hier niet zichtbaar omdat deze foto van vóór de ontmanteling van het orgel stamt, zie je de klassieke grote transformator en gelijkrichter voor de hoge stroom laagspanning. En opnieuw ziet het er allemaal heel erg netjes uit.

De hoofdschakelkast met orgelelektronica en de sterkstroomschakelkast

Vanaf het hoofdbord loopt één draadje naar elke magneet in het orgel, voor de toetsen en registers in de hoofdwindladen, maar ook voor de individuele pijpen die op directe windladen staan, zoals de frontpijpen, de pedaalextensiepijpen en de Subbaspijpen.

Kabeltje het orgel in De hoofdschakelkast met orgelelektronica

Ik probeerde de kabels zoveel mogelijk aangesloten te laten, om te voorkomen dat ik er later heel veel extra werk aan heb bij het opbouwen van het orgel, maar aan de andere kant weet ik dat het orgel toch in een andere opzet en samenstelling weer zal worden opgebouwd. Het betekent in ieder geval dat de elektronica zal moeten worden uitgebreid, zowel op het hoofdbord als in de speeltafel. Maar zelf dan lijkt het me verstandig om de kabels zoveel mogelijk intact te laten. Ik heb ze doorgeknipt op een paar decimeter van de magneren, zodat ik er te zijner tijd bij het solderen goed bij kan. Ik heb ze met een viltstift gemerkt.

Draden werden doorgeknipt en gemerkt

Alle draadbundels nam ik bij elkaar en ik legde ze bij de hoofdelektronicakast. Helemaal rechts zie je de gelijkrichter. De losse zwarte kabel is van de windmachine, die ik al losgemaakt en verwijderd had.

Alle draadeinden verzamelde ik bij de hoofdschakelkast

Ik heb ook het deel van het systeem op 400 Volt ontmanteld. De hoofdschakelkasten.

Hoofdschakelaars en relais

Ik heb niet alleen de stroomvoorziening op de muur ontkoppeld, maar ik liep ook de elektrakabels en leidingen na en kwam in de stoffige kerktoren uit, waar ik ze ontkoppelde van het net. Overigens blijkt het orgel hier vandaan niet toegankelijk, de deur zit wel erg vreemd en je kunt het orgel niet in.

Stroomvoorziening vanuit de toren en signaalleidingen naar boven over de gewelven van de kerk Stroomvoorziening 400 Volt in de toren: deze maakte ik los

Maar ook dat was nog niet alles. De signaalkabels liepen van hier naar boven in de toren, over het stenen gewelf, in PVC-buizen, helemaal naar voor in de kerk waar de speeltafel stond. Daar liepen ze eerst door het gewelf in een buis langs de muur naar de vloer en vervolgens in een flexibele metalen slang naar de speeltafel. Dit alles heb ik ontmanteld. Ik was alleen en voelde me niet onprettig bij deze situatie omdat ik gewelven altijd fascinerend heb gevonden, maar dit was fysiek wel een uitdagende klus. Ik probeerde de kabels immers niet door te knippen en uiteindelijk zat ik met een enorme warrige bundel draad die ik langs de gewelfboog naar boven moest zien te krijgen en dat was eigenlijk best zwaar. Toen ik klaar was, begreep ik dat de elektronicaman dit werk niet allemaal zelf deed …

De signaalkabels gaan door een buis over het gewelf. Die is hier op zich niet zichtbaar.

Zie je de gele PVC-buis? Ik klauterde naar beneden over de stenen boog van het gewelf en ontmantelde de pijpen en bevrijdde de kabels die erdoor liepen. Onder het dak, over de muren en gewelven. Zonder de draden door te knippen! Zoals gezegd, dat was een uitdaging.

De kabels gaan in PVC-buis over het gewelf langs de kap naar beneden, over de kerkmuren naar voren, waar de speeltafel staat

De laatste klus: het naar beneden takelen van de grootste onderdelen en het vervoer naar de hal

Voor de laatste demontage kwam mijn bevriende orgelbouwer me te hulp en hij nam een ladderlift met zich mee. We begonnen met de windmachine, de pijpkisten en de stalen kast met de elektronische installatie. Hier worden de drie directe windladen op een gemakkelijke manier naar de kerkvloer gebracht.

De drie directe windladen op de ladderlift op weg naar de kerkvloer

Wat kleine onderdelen. Wat een zooitje! Nee, niet echt, ik ken elk onderdeel.

Wat kleinere onderdelen

De moeilijkste klus: de windladen! Deze grote mahonie 'kisten' werden van hun stelling gelift door een stel sterke mannen, inclusief mij … De kegels, de elektromagneten van de toontractuur, de pijpstokken en de registertractuur konden niet worden gescheiden. Dit ding weegt zo'n 130 tot 140 kilogram. Je kunt het met de hand wel tillen, maar het probleem is dat je daarvoor meestal niet in de optimale houding kunt staan. Je moet het bijvoorbeeld van de stelling omhoog tillen, dan over die stelling heen tillen naar de balustrade, dan over de balustrade op het platform van de ladderlift. Taaie klus, echt taai!

De windladen zijn zware joekels die niet eenvoudig te tillen en verplaatsen zijn! Ze wegen zo'n 130 tot 140 kilo, deze althans

Dit is de bodem van de Positief-windlade. Het is een kegellade en je ziet de elektromagneten van de toontractuur en de houten membraanlatten die onder de windlade doorlopen, een voor elke toets (behalve voor de hoogste tonen).

De windlade op weg naar beneden

Nu kan de stelling uit elkaar gehaald worden. Deze bestaat uit eiken balken en stalen profielen. Dit soort foto's heb ik veel gemaakt, maar niet om te publiceren of aan de muur te hangen, maar om het voor mezelf makkelijker te maken te zijner tijd de zaak weer in elkaar te kunnen zetten. Omdat ik zoveel foto's maakte heb ik vrijwel geen enkel onderdeel van een etiket voorzien. Overigens: als je bij de demontage denkt 'dat onhoud ik wel, dat heb ik goed gezien, dat is logisch', dan moet ik je teleurstellen. Ook bij auto's heb ik ervaren dat dit niet zo is! Daarom moet je het uitgebreid opschrijven en/of fotograferen. Er gebeurt in de tussentijd (misschien wel jaren) heel veel en je onthoudt het echt niet!

Het frame kan nu uit elkaar

Sommige onderdelen waren al in de vrachtwagen geladen. Maar de zwaarste onderdelen moesten nog worden gedaan. Vanaf de galerij heb je een mooi overzicht. De beide windladen liggen achteraan, op 'hondjes' (kleine plateaus met zwenkwieltjes).

Een overzicht over wat er allemaal nog in de vrachtwagen moet worden geladen

Alle onderdelen pasten in een kleine vrachtwagen en ik reed ermee naar Dongen. De galerij werd door Gerard schoongemaakt en uiteindelijk was er geen spoor meer te zien van het orgel! De onderdelen zijn opgeslagen in mijn bedrijfshal in Dongen, wachtend tot ze weer geassembleerd worden.

Volgende pagina: een magazijnbalg uit 1891

Overzicht: een orgel voor mezelf

Met vriendelijke groeten,
Rens Swart