|
Fascinatie is de sleutel tot kwaliteit |
Orgelconcert 'Lyriek in de orgelmuziek' door Rens Swart in de Sint-Jansbasiliek in Oosterhout
|
|||
|
Juli 2016 InleidingOp zaterdagen in de zomer, als er op de Markt rond de Sint-Jansbasiliek in Oosterhout markt is, organiseert de Stichting Ludens 'marktconcerten' op het Maarschalkerweerd-orgel. Het idee is dat mensen even naar binnen lopen en het programma moet dan ook een beetje laagdrempelig zijn. Als Dongens musicus, samen met Frans Bullens fungerend als dirigent-organist van de Laurentiuskerk, ben ik hier welbekend en mede door Frans' dirigentschap van de Oosterhoutse basiliek zijn er goede contacten met Ton Stevens en Jan Willems. Ton vroeg mij in het kader van de marktconcerten een orgelconcert te geven. Op zaterdag 30 juli 2016 gaf ik een concert op het Maarschalkerweerd-orgel. Ik keek door de stukken die ik min of meer paraat heb en vond een mooi, mogelijk aansprekend thema: 'Lyriek in de orgelmuziek'. Hopelijk maakte de goed in het gehoor liggende Engelse muziek het verantwoord ook wat lastigere muziek te programmeren. Het programma zou niet meer dan een uur duren. Mijn vrouw Sabine durfde de uitdaging aan en bediende de registers en sloeg om. Het bericht dat ik voor de plaatselijke kranten schreef, werd helaas niet gepubliceerd, maar toch waren er zo'n 80 tot 90 toehoorders. Ik was geïnspireerd een uitgebreide toelichting te schrijven, die ik nu laat volgen. Verderop geef ik ook enige reacties op mijn concert. Programma en toelichting marktconcert door Rens SwartZaterdag 30 juli 2016 14u30 Rens Swart (Dongen) is van huis uit sterrenkundige en geodetisch ingenieur (zie www.swartvast.nl), maar besteedt daarnaast veel tijd aan orgelspel en orgelbouw (zie www.rensswart.nl). Rens is organist van de Sint-Laurentiuskerk in Dongen en de kerk van Onze-Lieve-Vrouw ter Sneeuw in Borgerhout (Antwerpen). Lyriek in de orgelmuziekOrgelmuziek hoeft niet altijd complex en ingewikkeld te zijn. Soms word je getroffen door een melodie in een orgelstuk omdat die zo buitengewoon mooi en harmonieus, zo zangerig, kortom zo lyrisch is. In de laatromantiek is de muziek soms te complex om makkelijk in het gehoor te liggen, maar met de middelen van die tijd zijn toch ook aansprekende composities geschreven. Niet zelden buitelen de toonsoorten over elkaar heen. Dat wordt chromatisch genoemd, maar betekent dat letterlijk ook niet gewoon kleurrijk? Voor dit concert heb ik dergelijke stukken geselecteerd, óók uit de laatromantiek, al was het maar omdat dat op dit orgel zo goed klinkt. De Engelsen zijn meesters in het schrijven van composities die enerzijds makkelijk in het gehoor liggen en anderzijds verre van oppervlakkig of sentimenteel zijn. Ralph Vaughan Williams was zo'n Engelsman. De hymn 'Rhosymedre' is weliswaar niet door Vaughan Williams gecomponeerd, maar hij maakte er een meesterlijke bewerking over, een typisch Engelse combinatie van lyriek en lichtvoetigheid. Percy Whitlock is een weinig bekende organist, die niet alleen Director of Music was in de St.-Stephen's Church in Bournemouth (aan de zuidkust van Engeland), maar in die plaats ook het typisch Engelse theaterorgel van het Pavillion Theatre bespeelde, zoals bijna elke grotere Engelse plaats dat had. Dat Whitlock lichtvoetige maar goeie muziek componeerde mag dus geen verbazing wekken. De nu gespeelde 'Folk tune' is echter eerder een wat melancholisch stuk, waarbij ik halverwege de Hobo van het récit als soloregister gebruik. Rhosymedre, uit Three preludes founded on Welsh hymn tunes — Ralph Vaughan Williams (1872–1958) Folk tune, uit Five short pieces — Percy Whitlock (1903–1946) De Vlaming Flor baron Peeters was de belangrijkste organist en orgelpedagoog van de twintigste eeuw van België. Hij was een zeer begaafd en energiek man, die als hij de slaap op een van zijn concertreizen in de trein niet kon vatten, aan zijn composities werkte. Toen hij 20 was studeerde hij met de hoogste onderscheiding af aan het Lemmensinstituut, om er direct docent te worden, waardoor hij jonger was dan de meeste van zijn leerlingen. Zijn orgeloeuvre is zeer omvangrijk maar ook zeer divers qua stijl. De combinatie van melancholische lyriek en laatromantiek met de typische ongebruikelijke harmonieën wekte bij mij, samen met zijn grote invloed op de Belgische orgelbouw, al snel mijn grote belangstelling. Het Stevens-orgel waarop ik in Antwerpen speel, is onder zijn advies tot stand gekomen, het is het kleine (nou ja, 40 stemmen) zusje van Peeters' orgel in de Sint-Romboutskathedraal in Mechelen (84 stemmen), dat ik mede onderhoud. Het lieflijke Abdijvrede verwijst naar de inspiratie die Peeters in de oorlogsjaren opdeed in de abdij van Tongerlo. Het stuk beleefde zijn première op een van de orgels waarop ik speel. De Lied-Symphony componeerde Peeters tijdens een van zijn concertreizen in Amerika, waarbij hij zich door de indruk die het Amerikaanse landschap op hem maakte liet inspireren. Ik speel hieruit twee (van de vijf) delen. Het 'Lied to the flowers' zoals gespeeld door Caleb Jarvis op het orgel in de St.-George's Hall in Liverpool maakte op mij een onuitwisbare indruk en ik laat mij dan ook eerder door die uitvoering inspireren dan door wat Peeters bedoeld zou kunnen hebben. Dat is mijns inziens wat je met romantische muziek moet doen – ook al zou Peeters het er als strenge docent niet mee eens zijn … Abdijvrede — Flor Peeters (1903–1986) Uit de Lied-Symphony: — Flor Peeters (1903–1986) Max Reger, dit jaar honderd jaar geleden overleden, leefde kort maar hevig, hij rookte, dronk en componeerde als een bezetene. Zijn grote orgelwerken zijn hondsmoeilijk en kon hij zelf niet spelen. Hij ging zich te buiten aan gruwelijke hoeveelheden nootjes en uitzinnige tempo- en dynamische variaties. In de fantasie over 'Wachet auf, ruft uns die Stimme' schrijft hij fff voor, maar ook pppp (waarop een vriend van mij zei: dan kun je net zo goed niet spelen …). Terwijl je je benen breekt over de pedaalnoten, schrijft hij dat je tegelijk het zwelpedaal moet bedienen … Ik laat deze hondsmoeilijke fantasie nu voor wat hij is, maar licht er het Adagio uit, dat zeer veel chromatiek bevat op een wijze die zich prachtig heel vrij laat spelen. Aan het einde schrijft hij een decrescendo naar pppp voor … ik realiseer dat op dit orgel door van de zwevende combinatie Gamba en Voix Céleste, die Reger overigens nooit voorschrijft, de Céleste als enig register over te laten, ook al is deze iets te hoog gestemd … Reger componeerde, ondanks dat hij katholiek was, over de protestantse koraalmelodieën. Een voorbeeld daarvan is Aus tiefer Not schrei Ich zu dir, waarbij hij zich zo te horen al na twee noten bedenkt qua toonsoort … Ik poog de melodie in het pedaal donker te laten klinken en koppel daarom onder meer de opmerkelijke Quint 6' van het Hoofdwerk naar het pedaal. Het zou theoretisch de 16' moeten versterken, maar ik betwijfel of dat Maarschalkerweerd gelukt is, het register is er (deels gebouwd als roerfluit) niet grondtonig genoeg voor. Hoort u hem? Adagio con espressione uit de Phantasie über den Choral 'Wachet auf, ruft uns die Stimme' — Max Reger (1873–1916) Aus tiefer Not schrei Ich zu dir, uit Choralvorspiele opus 67 — Max Reger (1873–1916) Louis Vierne is voor mij de belangrijkste orgelcomponist uit de Franse laatromantiek – dat wil zeggen dat ik zijn werken schitterend vind … Hij was, blind en wel, organist van de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal (Notre Dame) in Parijs. Hij schreef zes orgelsymfonieën en onder meer twee bundels van 24 zeer afwisselende sfeerstukken, waarin de chromatiek hoogtij viert. Dat geldt eveneens voor het Andantino, dat ik graag heel vrij speel. Andantino, uit 24 Pièces de Fantaisie — Louis Vierne (1870–1937) Maurice Duruflé was een van de laatste laatromantische Parijse orgelcomponisten. Hij publiceerde weinig, omdat hij zo vreselijk kritisch was … De nu gespeelde werken hebben geen opusnummer. Ze hebben niets met elkaar te maken, maar je kunt ze toevallig combineren als Preludium en Fuga. Het eerste stuk is een variatie op het gregoriaanse Introïtus van Epifanie. Het is, net als in zijn Requiem, fantastisch wat Duruflé met het gregoriaans doet. De fuga heeft als thema met melodietje dat het carillon van de kathedraal van Soissons speelt als aankondiging van de uurslag. Het eindigt eigenlijk niet, maar daar heeft Duruflé wat op gevonden. Bravoure op een lyrische manier! Prélude sur l'Introït de l'Épiphanie — Maurice Duruflé (1902–1986) Fugue sur le thème du carillon des heures de la cathédrale de Soissons — Maurice Duruflé (1902–1986) ReactiesDe vraag is natuurlijk: hoe ging het? Daar heb ik zelf wel een idee over, maar ook ken ik het oordeel van enkele, meestal bevriende luisteraars. Het lastigste aspect van spelen op concertniveau is voor mij, behalve de spanning, vooral het vermijden van foutjes. Dat vereist een langdurige grote concentratie en dat zit niet in mijn natuur. En omdat ik dat weet, word ik weer gespannener. En inderdaad, ik maakte allerlei foutjes, ook op plekken die normaal altijd feilloos gaan. Daar baal ik dan erg van. Ik heb een (goeie) opname gemaakt, maar Sabine adviseerde die even niet te beluisteren en dat heb ik eigenlijk nog steeds niet gedaan. Maar ja, de paar mensen die ik na afloop sprak waren zeer positief. Dat gaat vaak zo, als je jezelf kent en perfectionist bent. Er was echter ook een aantal deskundigen. Dat van die foutjes spraken ze weliswaar niet tegen, maar ik heb toch wel een indruk gekregen van wat er wél goed is! Een concertprogramma dat heel interessant is, een concerttoelichting die uitgebreid, persoonlijk, deskundig en bij vlagen humoristisch is, op een manier die de meeste beroeps nooit zullen bereiken, een zeer goed gebruik van het orgel en dus een goed begrip van het instrument en een idee bij wat je eruit wilt halen en ook nog eens een muzikale presentatie van iemand die wat te zeggen heeft. Dan heb ik het wel zelf verwoord, maar daar kwam het toch wel op neer. Plus de vrouw van een collega-dirigent-organist die tegen hem had gezegd: je zou toch niet zeggen dat dat een amateur is. Jippie! Maar goed, ik weet ook waar mijn beperkingen liggen. Orgelconcerten door Rens Swart (inleiding) Orgelconcert bij gelegenheid van Bach's driehonderdste geboortejaar door Rens Swart op het Steinmeyer-orgel van de Adventskerk in Alphen aan den Rijn, 1985 |
|
Met vriendelijke groeten,
Rens Swart