Fascinatie is de sleutel tot kwaliteit

Logboek werkzaamheden Corneliusbasiliek

Een eerste stukje logboek: de klok repareren, een muur stofzuigen maar vooral de vlonders op de vloer in mootjes zagen (met veel extra informatie!)

32 augustus 2020

De Corneliusbasiliek is de plek waar ik nu emmertjes zweetdruppels achterlaat. Ja, het is nogal een klus, een groot monumentaal gebouw met een netto vloeroppervlak van alleen al de hoofdruimte van meer dan 700 vierkante meter verbouwen is even iets meer dan je woonkamer van 50 m2, zeker omdat ik bijna alles in mijn eentje doe. Ik heb een plan en ook al denk ik er veel over na, toch kom je onvermijdelijk details tegen waar je oplossingen voor moet bedenken. Maar de kerk is zeker niet alleen een probleem, of laten we zeggen uitdaging, het is ook een genoegen.

Al doende in de kerk vertel ik in gedachten het verhaal, ik heb er tijd genoeg voor tijdens de inspanningen. Maar om het vervolgens zo op te schrijven, zo compleet, weloverwogen, goed geschreven en instructief geïllustreerd als ik me voorstel, dat lukt me niet, dat had ik kunnen weten, er gaan immers maar 48 uur in een etmaal.

Daarom koos ik ervoor een stukje logboek te schrijven. Niet chronologisch vanaf het begin, mijn georganiseerde welgeschreven ideaal, welnee: daar is het veel te laat voor. Maar vanaf twee weken geleden tot nu aan toe … excuus, van 12 tot 28 augustus, de tijd heeft me ingehaald. De afgelopen weken ben ik vooral met de vloer bezig geweest: ik moet immers in oktober verhuisd zijn en oplettende lezertjes weten hoeveel spullen ik heb. Maar er komen altijd klussen tussendoor, zowel dingen die niets met de vloer te maken hebben, zoals de klokken, als dingen die óók nodig blijken. Ik begin hieronder met die laatste dingen en voor de klus die de meeste tijd en inspanning vrat en het belangrijkst was, de vloer, heb ik eigenlijk onevenredig weinig woorden nodig.

Dit stukje logboek begint op woensdag 12 augustus 2020 en eindigt op vrijdag 28 augustus 2020, dat zijn negen dagen (ik werk nu woensdag, donderdag en vrijdag in de basiliek).

De vloer zonder banken maar nog met drie van de vier vlonders

Op 12 augustus 2020 zijn alle banken gedemonteerd en opgeslagen of terzijde gesteld. Rechtsvooraan zie je dat de noordelijke vlonder in de viering (het centrale deel van de kerk) als eerste geheel verwijderd is. Dit is omdat ik er met de heftruck wil kunnen rijden om de banken te verplaatsen. De heftruck zou anders dwars door de vlonders heen zakken. Ik heb ook rijplaten over de tegels gelegd omdat er een kleine kans is dat de heftruck (die rond de vier ton weegt) de tegelranden kapot drukt. Vanaf de fotograaf (die op de steiger stond) rechts achteraan gezien was de vlonder al eerder verwijderd, ook om te zien waar ik aan toe ben met de vlonder en de eronder gelegen stampbetonvloer. Alle foto's © Rens Swart

Kerkbanken afdekken, Mariakapel en verwarmingsretourkanaal

Met het kuisen en opstapelen van de eiken kerkbanken was ik vorige week klaar. Omdat ik verwacht nogal wat stof te veroorzaken met de werkzaamheden aan de kerkvloer, leek het me handig er wat plastic overheen te draperen. Ik nam dus een stukkie van 6 bij 9 meter, klom op de zes hoog opgestapelde banken en legde het plastic erover. Als je erover nadenkt, is dat in je eentje niet vanzelfsprekend, onhandig zou ik zelfs durven zeggen.

Ik had de vlonder in het noordertransept, bij de Mariakapel dus, in twee delen gedeeld en zo neerlegd dat de opgeslagen kerkbanken er precies op passen, met een strook in het midden zonder vlonder anders kan de heftruck er niet komen. Maar het transept is wat breder dan de kerkbanken lang zijn en dat komt goed uit: zo kan ik nog twee banken plaatsen bij de Mariakapel. Op die manier is het theoretisch mogelijk te zijner tijd eventueel de Mariakapel weer af en toe te gebruiken voor gebed. Er staat een altaar dus theoretisch zouden er zelfs vieringen kunnen plaatsvinden. Maar dat is precies wat het bisdom mij verbiedt, dus zelfs de functie van Mariakapel vergt wel een goed gesprek met het bisdom. Het idee dat het kan vind ik voorlopig voldoende. De kans dat het ooit zal gebeuren is klein.

Toen ik de kerk verwierf, stonden er vier kerkbanken in het transept bij de Mariakapel. Het zijn weliswaar eiken kerkbanken, gemodelleerd naar die in de rest van de kerk, maar ze zijn veel ondieper. Ze schijnen gebruikt te zijn als kinderbanken maar dan nog is het moeilijk erop te zitten. Ik heb de beste twee uitgezocht, want plaats voor meer heb ik niet. Eén kerkbank droeg ik over aan mijn buren, die nu het voormalige klooster bewonen, en de andere stel ik ter beschikking voor fondswerving (je ken hem kope). Mét knielbank, wat dacht je dan?! O ja, de knielbanken zijn hier bij Maria natuurlijk onmisbare attributen. Ook de 'borstwering', de voorste knielbank met armleuning, is behouden.

Je ziet hiernaast hoe het eruit ziet, maar ik moet nog wel zorgen dat ze niet omkukelen met gelovigen en al. Ze zijn te smal om stabiel te staan als jij zit, dus ze moeten ofwel (opnieuw) aan de vloer vast (ga ik niet doen) ofwel onderling met een vloerligger verbonden worden (op de verlanglijst).

Vooraleer ik dit allemaal zo netjes neerzette, heb ik de muur hier afgestofzogen. Want alle muren van de Corneliusbasiliek zijn bedekt met een fijnzinnig stelsel van inmiddels donkerzwart geworden spinnenwebben. Bij waar nu de banken opgeslagen staan, had ik dat al eerder gedaan, vanaf mijn steiger tot op een meter of zes hoog (foto's!).

Ondertussen struikelde ik over het gietijzeren rooster in de hoek waardoor de heteluchtverwarming de afgekoelde lucht terugzuigt uit de kerk. Dit rooster ligt niet lekker en ik wilde weten hoe het kanaal loopt en wat de afmetingen zijn, dus het rooster heb ik gelicht. Oei, dat is zwaar. Ik schatte het op 80 kilo, maar de weegschaal hield het op 58. Nog looiig. Het kanaal loopt onder het Maria-altaar door naar het stookhuis maar dat wist ik al. Ik had het idee daar te zijner tijd de warmwaterleidingen van de vloerverwarming door te leggen: van de verwarmingsinstallatie (hopelijk met warmtepomp) naar de kerkvloer.

Lees hierooooooonder verder ↓

Het leek handig een stukkie plastic over de banken te draperen.

Het leek handig een stukkie plastic over de banken te draperen. Van 9 bij 6 meter. Dat vergt enig geklauter. Het demonteren van de vlonders en het schoonmaken van de vloer zal veel stof veroorzaken.

Vr ik er iets definitief neerzet, kan ik beter de muren en gewelven stofzuigen.

Vóór ik iets definitief op de vloer zet, kan ik beter de muren en gewelven maar stofzuigen want alles zit onder een rag van dikke zwarte spinnenwebben. Dat had ik vóór het plaatsen van de banken links ook gedaan.

Het leek handig een stukkie plastic over de banken te draperen.

In de ruimte die in het noordertransept overbleef na het opstapelen van de banken, is nog plaats voor twee rijen van de kinderbanken die daar stonden. Ze zijn onhandig ondiep en moeten aan de vloer (of een ligger) worden vastgeschroefd willen ze niet omkukelen als je erop gaat zitten. Eén van de banken heb ik over, doe een bod! Met gratis massief eiken knielbank!

De banken voor de Mariakapel zijn teruggeplaatst.

De ruimte tussen bankenopslag en 'Mariakoorhek' is net voldoende om twee banken met knielbanken plus een borstwering neer te zetten. Zo heb ik de zaak in gereedheid gebracht om in principe weer in gebed tot 'Ons Moederke' uit te barsten.

Het zware gietijzeren rooster van de verwarming.

Het gietijzeren rooster van het aanzuigkanaal van de heteluchtverwarming is loeizwaar, maar bleek slechts 58 kilo.

Het zware gietijzeren rooster van de verwarming.

Eronder loopt, onder het Maria-altaar door, het kanaal waardoor de 'koude' lucht uit de kerk wordt teruggevoerd naar de heteluchtverwarming. Je ziet de tegels op de betonnen vloer, niet meer dan 11 centimeter dik.

Slaghamer afstellen: het slaan van de uren

Vorige week hoorde ik al dat de uurslag van de klok niet meer is wat het geweest is. Het hele gebouw dreunt als de mechaniek te hamer optilt om de uren op de klok te slaan, maar de klok bleef … stil. Nu had ik daar toen ik de kerk net had al aan gesleuteld en het verbaasde me niet dat dit opnieuw moest. Ik heb nogal wat te doen, dus urgent is het niet, maar ja, die Welbergers zullen wel denken: wat zit daar nu voor prutser en dat kunnen we natuurlijk niet uitstaan, dus ben ik er met dop 8 maar eens even gaan kijken.

Destijds viel het me al op dat de klok als het elf uur was ongeveer drieënhalf sloeg. De oorzaak was nog niet eenvoudig te verhelpen. Ja, de hamer slaat wel, maar raakt de klok net niet.

Hoe werkt de uurslag? Het (sinds 1978 elektrische) uurwerk staat op de wijzerzolder. Als het heel of half uur is, maakt deze een contact en stelt het hefmechanisme in werking. Een roterende nok trekt dan aan een staaldraad, die van boven tot naast de grote klok loopt en via een hefboom aan de slaghamer zit. De slaghamer, voor de duidelijkheid, zit naast de klok en slaat op de 'lip' van de klok. De slaghamer is dus een ander ding dan de klepel die de klok aanslaat tijdens het luiden!

De slaghamer raakt de klok niet, dat zou ook niet best zijn want de hamer staat stil en de klok beweegt daar heftig langs als hij luidt. De slaghamer rust op een stuk verenstaal. Als hij wordt opgetild en het mechaniek hem laat vallen, veert hij door en slaat hij op de klok. Er kunnen nu twee dingen aan de hand zijn, leek mij: ofwel de staalkabel staat te slap, dat is mechanisch gezien het meest waarschijnlijk, een kabel gaat niet uitzichzelf strakker staan. De hamer wordt daardoor niet hoog genoeg opgetild om vaart genoeg te hebben om door de veer op de klok te slaan. Ofwel hij staat te strak, op zich onwaarschijnlijk, maar dan geeft de staaldraad hem niet genoeg ruimte om de klok te kunnen raken.

In januari heb ik hieraan reeds geprutst. De kabel stond niet te slap. Als ik hem strakker zette, door de staaldraadklemmen los te draaien en de staaldraad aan te trekken, dan raakte hij de klok ook niet omdat hij dan te strak stond. Beide oplossingen werkten niet. Tsja! Toen zag ik dat de hamer hoe dan ook te ver van de klok staat. Het stuk staal waar hij op rust zit te ver van de klok, een vallende hamer veert daar nooit doorheen. Hoe kan dat? Ah!! Het stalen profiel van de klokkenstoel is aan een kant zo verroest, dat het roest het profiel heeft laten torderen. Daardoor draait de hele constructie van de klok af! Het verenstaal met een zware rubberen hamer meppen geven bleek geen zin te hebben dus toen heb ik met kracht de veer naar de klok gedrukt en dat werkte!

Tot vorige week dus. Dit keer heb ik de staaldraad iets strakker gezet. Maar ik zag ook dat de lus aan het doorslijten was, dus heb ik het tweede stuk staaldraad, zie foto's voor het prutswerk, in een nieuwe lus gebogen. Toen werkte het nog niet fijn.

Wacht eens, ik weet nog een vierde mogelijkheid. Als ik nu de staaldraad met de karabijnhaak in een ander gat van de hefboom zet, dan maakt de hamer met dezelfde beweging van de draad een grotere slag. De hefboom wordt groter. Dus de hamer wordt verder opgetild. En dat werkte! Sterker nog, de uurslag heeft in jaren (nou ja, een half jaar) niet zo duidelijk geklonken.

Het is alleen te verwachten dat de nieuwe lus die ik in de staaldraad heb gelegd gaat 'vouwen' en dan zal hij weer te slap komen te staan. Tot over een paar weekjes!

Lees hierooooooonder verder ↓

De bediening van de slaghamer voor de hele en halve uren.

Het slagmechanisme van het uurwerk staat op de zolder van de wijzerplaten, de staalkabel die de slaghamer optilt komt dus van boven.

Het ijzeren profiel waarop de hamer bevestigd is is door roest getordeerd.

De vorige keer, op 6 januari 2020, constateerde ik dat het veranderen van de spanning van de staalkabels niet of nauwelijks hielp. Ik concludeerde dat de slaghamer te ver van de klok staat en ik vermoed dat dat komt doordat het stalen L-profiel aan de kant waar je hier tegenaan kijkt flink roest, waardoor hij tordeert, waardoor het verenstaal van de klok af is komen te staan. Je ziet trouwens ook nog de klerenzooi die kauwen er van gemaakt hebben door ondanks de netten een paar vuilniszakken met twijgen naar binnen te sjouwen. Ik heb dat toen opgeruimd, maar ze kwamen weer terug.

De afstand van de hamer tot de klok is waarschijnlijk te groot.

De hamer rust natuurlijk niet tegen de klok, al was het maar omdat hij dan niet kan luiden. Maar het stuk verenstaal waarop hij rust staat te ver van de klok af.

Ik heb de staalkabel opnieuw vastgezet en de overbrengingsverhouding vergroot. Nu slaat hij weer welluidend. Voorlopig.

Toen ik op 12 augustus 2020 op onderzoek uitging waarom de klok nu ineens helemaal niet meer slaat, zag ik dat de staalkabel slapper was gaan hangen én dat hij bijna was doorgesleten. Ik besloot bovendien de overbrengingsverhouding te vergroten door de staalkabel van boven in een ander gat van de onderste arm vast te zetten. Dat werkte! Voorlopig dan.

Zuidtransept schoonmaken, muur stofzuigen en …

De met vloerbedekking beklede vlonder in het zuidtransept laat ik liggen. Daar komen magazijnstellingen en opslag van materialen, gereedschappen en machines. De gehele kerk is praktisch 'leeggeroofd' vóór verkoop, maar het antieke elektronische Johannus-orgel is blijven staan, onder een fraai paars gordijn.

Ik moet nu de rest van de kerkvloer vrij maken: alle vlonders in het schip en in de viering ga ik verwijderen om de betonvloeren te kunnen behandelen. De banken heb ik de afgelopen weken allemaal losgeschroefd en in het noordtransept opgestapeld.

(De viering is het centrale deel van de kerk, het midden van het 'kruis' als je de plattegrond bekijkt, ook wel kruising genoemd, in het Engels crossing. De transepten zijn de armen van het kruis, het schip is het langgerekte deel en het koor is de kop van het kruis. De absis is het halfronde deel waar het altaar staat/stond.)

Toen ik de kerk verwierf, begon ik met het pastorieke 'bewoonbaar' te maken en de spullen die daar waren blijven staan, zette ik achterin de kerk. Daar kwam in de loop der maanden een hoop gereedschap, materiaal, elektraspullen en zo bij. Dat moest ik nu allemaal naar het zuidtransept verhuizen omdat ik de vlonder moet slopen.

Vóór ik het zuidtransept vol zet, wil ik het schoonmaken. De muren zijn bedekt met antieke spinnenwebben die inmiddels heel veel zwarte zooi hebben verzameld, met name waar de kruiswegstaties hebben gezeten. Maar ook hoger tegen de muren. En nog hoger. En op het gewelf. En rondom en tegen het gebrandschilderd glas. Eigenlijk overal waar je goed kijkt, zie je dikke of dunne spinnenwebben. Nu is de kerk nog leeg, dus eigenlijk moet ik nu met de hoge steiger de hele kerk door (liefhebbers?). Maar laat ik met de urgentste locatie beginnen. Vanaf de rolsteiger heb ik alle muren gestofzuigd tot ongeveer 7,5 meter hoog, dat is tot de bovenkant van het grote glas-in-loodraam.

Het is eigenlijk best een grote kerk, hè? Zucht. Glim.

(Ik zie trouwens dat er net nadat ik een lamp van de hoofdverlichting in het schip heb opgehangen, een ongetwijfeld hele dikke spin daarvandaan een hele dikke spindraad naar beneden heeft gelaten. Die zie je door het sterke licht heel goed! Maar dat is wel op elf meter hoogte … zei ik 'zucht'?)

Ook het gewelf van het zuidtransept heb ik globaal schoongemaakt. Daarbij zie ik nu ook beter de scheuren in het gewelf. In de zuidwesthoek van transept en schip zie je veel reparaties aan het metselwerk. Ook aan de beschadigde kerkbanken en zeker aan het dakbeschot zie je dat hier forse oorlogsschade moet zijn geweest. Ik vermoed dat de scheuren in het gewelf daardoor veroorzaakt worden.

Het probleem met scheuren in het gewelf is niet alleen dat ze er zwakker door worden, maar ook dat er lucht door de scheuren komt en daardoor krijgen ze een lekker zwart randje. Hartstikke interessant maar ik ga er niks aan doen.

Lees hierooooooonder verder ↓

Het zuidtransept en de viering vanaf de steiger.

De vlonder van het zuidtransept is met vloerbedekking bekleed. Ik laat dit zo. Hierop zullen te zijner tijd mijn magazijnstellingen en materialen en gereedschappen worden opgesteld. Links zie je de banken die ik niet wil bewaren en die ik aan liefhebbers zou willen slijten.

Muren van het zuidtransept stofzuigen vanaf de steiger.

Vóór ik mijn spullen er neerzet, kan ik beter de muren en de ramen stofzuigen. Dat deed ik vanaf deze steiger tot 7,5 meter hoogte, tot de bovenkant van de ramen.

De muren en gewelven zijn bedekt met dikke zwart geworden spinnenwebben.

Alle muren en alle gewelven van de Corneliusbasiliek zijn bedekt met dikke zwart geworden spinnenwebben. Eigenlijk moet ik alles stofzuigen, tot de hoogste gewelven aan toe.

De muren en gewelven zijn bedekt met dikke zwart geworden spinnenwebben. Het gewelf van het zuidtransept bevat veel scheuren en die worden zwart.

Het gewelf van het zuidtransept bevat veel scheuren en de muur eronder ook. Ook gezien het vernieuwde metselwerk en de schade boven het gewelf aan het dak, moeten de scheuren een gevolg zijn van de zware beschietingen in november 1944. Als je goed kijkt, zie je (behalve de zwarte spinnenwebben) dat de scheuren zich zwart aftekenen. Dat komt doordat er lucht doorheen komt en die neemt vuil mee.

Het gewelf van de zijbeuk van de eerste travee laat ook zien dat de scheuren zwart worden.

Hier zie je dat scheuren zwart worden van het stof dat met de lucht meekomt. Dit is het gewelf van de eerste travee van de noordelijke zijbeuk. Ook hier met spinrag.

Gereedschap en onderdelen staan nu op de vlonder van het zuidtransept, rechts staan de bewaarde panelen van de verzaagde vlonders en ander hout.

Gereedschap, onderdelen, installatiemateriaal en spullen die uit het pastorieke kwamen (waaronder gekleurde houten blokken, een dubbel 'Moccamaster' koffiezetapparaat en enkele schilderijen van de vrouwenschilderclub) heb ik nu verplaatst naar de vlonder van het zuidtransept. Rechts staan de bewaarde panelen van de verzaagde vlonders en ander hout.

… toestand gebrandschilderd glas

Van dichtbij zie je ook goed hoe het gebrandschilderd glas eraan toe is. Niet zo best. Eerst een opmerking over de artistieke vormgeving.

Veel mensen denken dat de basiliek van Welberg zo donker is doordat de ramen vuil zijn. En/of doordat de voorzet-'ramen' dof geworden zijn. Dat is allebei wel juist, maar niet de belangrijkste oorzaak (even afgezien van dat de kerk gewoon kleine ramen heeft ten opzichte van het volume van het interieur). Het is enige decennia mode geweest in de glasschilderkunst veel grisaille te gebruiken. Ik weet niet precies waarom, waarschijnlijk om het licht-donker-verschil groter te maken en daarmee de ramen expressiever te maken. Het probleem is dat men daarbij dermate overdreef dat er door veel stukken brandschildering vrijwel geen licht meer komt. Kijk maar eens naar de foto's, waar je het verschil ziet tussen stukken die glaskunstenaar Piet Clijsen bewust helder liet en wat eromheen donker gemaakt is.

Van een afstandje ziet het gebrandschilderd glas er prachtig uit. Maar het is niet in goede staat. Het eerst probleem zijn de brugstaven. Dat zijn horizontale stukken ijzeren strip die tussen de verticale bakstenen stijlen (montanten of montants) zijn gemetseld. Het glas zit daar deels tussengeklemd. Die gaan roesten als een idioot, dat weet je toch?! De roest wordt wel vijf keer zo dik als het ijzer en kan niet alleen de bakstenen volledig laten versplinteren, maar ook het glas natuurlijk! Dat is op mijn foto's goed te zien.

Bij restauraties vervangt men de verroeste ijzeren brugstaven door roestvaststaal of messing. Tegelijk zet men er dan ook stevig helder vlakglas in. Het gebrandschilderd glas wordt dan na restauratie aan de binnenkant, los van het glas dat de regen buiten houdt, geplaatst, op een paar centimeter zodat er ventilatie mogelijk is, de zogenaamde museale opstelling. Dit grapje kost voor één transeptraam nog geen ton. Dat ga ik nooit kunnen betalen. Ik ben blij dat men in de negentiger jaren het kunststof voor het glas heeft geplaatst, ook al is het nu verweerd. Zo red ik het nog wel een tijdje.

Het tweede probleem met het gebrandschilderd glas is dat het gaat uitzakken. Bij bijna alle onderste panelen zie je dat dit gebeurd is. Het glas knikt dan op de loodstrips naar buiten. En als dat niet gaat, dan barst het. Het is heel goed zichtbaar maar op foto's zie je het slecht, het is een 3D-effect.

Lees hierooooooonder verder ↓

Maria's hoofd straalt terwijl hetgeen er omheen geschilderd is zeer donker is door het grisaille.

Dat de ramen niet donker zijn omdat ze vuil zijn, maar omdat ze zo ontworpen zijn, blijkt duidelijk uit het raam met de Kroning van Maria, in het noordtransept. Het raam is grotendeels erg donker, maar Maria's hoofd straalt helder. Je kunt hier zien dat de glasschilder met grisalle de haren vormgaf. De geel aan de zijkant komt nauwelijks door de grisaille heen en het steenrood aan de zijkant is nog donkerder.

De ijzeren brugstaven zijn zwaar verroest. Daardoor drukken ze het glas kapot.

De ijzeren brugstaven zijn zwaar verroest. Daardoor drukken ze het glas kapot.

Het uitzakken en breken van het gebrandschilderd glas.

Dit deel toont alles bij elkaar. Het onderste profiel roest en zet uit. Maar ook door het uitzakken komen er knikken in het raam en als het lood dat niet kan opvangen, breken de glaasjes. Dat is hier op verschillende plaatsen gebeurd. Je ziet het glas uitkniken.

Hier zie je niet alleen het vuil, maar ook het uitknikken en breken van het glas.

Hier zie je niet alleen het vuil, maar ook het uitknikken en breken van het glas. Omdat het buiten donker is en binnen een forse lamp brandt, kijk je niet door het glas maar ertegenaan.

Het gewelf van het zuidtransept bevat veel scheuren en die worden zwart.

Vanaf de steiger zie je het uitbuigende glas, het vuil en de spinnenwebben. Stofzuigerbuis in de aanslag. De roestige dingen die uit de muur steken zijn de bevestigingen van de verdwenen kruiswegstaties.

Stabiliteit torenspits met Walter Vos bekijken

Toen ik vóór de koop van de kerk met de Gemeente Steenbergen overlegde, meldde men dat men van een vorige gegadigde gehoord had dat de spits niet stabiel zou kunnen zijn. Daar had ik natuurlijk van de makelaar niets over gehoord. Ik had al contact met architect Paul Dinant, die uiteindelijk de kerk in Welberg niet kocht, maar die in Dinteloord, om daar appartementen in te realiseren, en heb meermalen met hem over de kerk in Welberg gesproken.

Uiteindelijk heb ik een paar maanden geleden zelf de spits goed bekeken en geconstateerd dat vier zware ijzeren trekstangen die de houten torenspits aan het metselwerk zouden moeten verankeren niet bevestigd zijn. Ik beredeneerde hoe de krachtwerking in de toren is bij harde wind en wilde er wel meer over weten. Ik heb het er met de Monumentenwacht over gehad en ben met hen naar de spits geklommen, maar ondanks dat die bouwkundig onderlegd zijn, durfden ze daarover geen oordeel te geven.

Omdat de toren in 1993 grondig gerenoveerd is, waarbij grote delen van het metselwerk zijn vernieuwd omdat de muren verticaal in stukken dreigde te scheuren, de toren grotendeels opnieuw gevoegd is, de gammele betonnen galmborden zijn verwijderd, de klokkenvloer waterdicht is gemaakt en ook de horizontale trekstangen bij de 'balkons' zijn vernieuwd (en dat is nog niet alles), vermoed ik dat de destijds betrokkenen zich bewust moeten zijn geweest van wat ze met de verankering van die trekstangen deden. Nu heb ik regelmatig prettig contact met Walter Vos, destijds bisschoppelijk bouwinspecteur én als Welberger betrokken bij de Corneliuskerk. Ik heb hem nu onder meer gevraagd met me mee te kijken. Walter is namelijk bij de torenrestauratie van 1993 nauw betrokken geweest en kan er als bouwkundige iets zinnigs over zeggen.

Hij kan zich niet herinneren dat de trekstangen destijds bewust niet (meer) in het metselwerk verankerd zijn, noch dat de situatie bij de restauratie gewijzigd is. We constateerden dat de spantbenen (eigenlijk kreupele stijlen zoals dat in bouwhistorische termen heet), hoewel danig verzwakt doordat men daar nota bene fikse gaten doorheen geboord heeft om de uurwerkaandrijving doorheen te leiden, door verticale ijzeren stroppen om houten blokkelen goed verankerd zijn.

Ik vind het een weinig veilige constructie en ik ben er niet zeker van dat dit niet beter kan. Maar destijds bedacht ik me al (het staat in het rapport dat ik voor Gemeente en Bisdom schreef) dat er sinds de Tweede Wereldoorlog tientallen zware stormen hebben gewoed en dat de spits nog steeds fier overeind staat.

Wil je uitleg over hoe ik denk dat de spits de daarop inwerkende krachten weerstaat? Ik heb er natuurlijk goed over nagedacht en dan schrijf ik er ook graag over. Maar ik ben geen bouwkundig ingenieur, dus ik geef geen garantie! Als je een houten plaat in een storm dwars op de wind houdt, dan hou je hem nooit van zijn lang-zal-ze-leven. Een spits vangt, zeker zo'n toch forse jongen als die in Welberg ook al ziet hij er van een afstand tamelijk schattig uit, een gigantische hoeveelheid wind en de krachten lopen in de tonnen. De wind duwt de spits naar één kant. Je krijgt dan een koppel: een draaibeweging. Stel nu dat de spits zelf één stevig geheel blijft en niet aan gruzelementen waait. Als de spits wil omwaaien, wil hij aan de kant waar de wind vandaan komt omhoog en aan de kant waar hij heen gedrukt wordt omlaag. De ene kant wordt op druk belast, de tegenovergestelde kant op trek. Elk van de vier kanten van de spits moet dus zowel op druk als op trek kunnen worden belast, want je weet niet waar de wind vandaan komt. Ik ben gewend dat een houten spits minstens vijf meter naar beneden doorloopt ten opzichte van de bovenkant van het metselwerk. Dat is in Welberg niet zo.

De onderste horizontale verbinding tussen alle verticale balken van de spitsconstructie ligt met een zware houten balk verankerd in het metselwerk van elk van de vier topgevels, nog boven de wijzerplaten. Zo weinig metselwerk: dat lijkt mij nogal magertjes. Maar voor op druk belasten lijkt het me goed genoeg. Dan moeten de balken wel in orde zijn, maar in 1993 bleken deze belangrijke balkkoppen weggerot. Ze zijn toen met kunsthars en glasvezelwapening 'aangeheeld' en verankerd in het metselwerk. Dat zit wel goed.

Dan nu de belasting op trek, dat wil zeggen: als een bepaalde kant van de spits omhoog wil (omdat hij de andere kant op wil omwaaien), hoe trekt het metselwerk van de toren dan aan de spits zodat hij niet wegwaait? De torenspits in Welberg lijkt mij aan de voet nogal zuinigjes uitgevoerd. Het enige deel van de spits dat doorloopt in het metselwerk van de topgevels met de wijzerplaten, zijn vier niet al te forse spantbenen. Toen ik vóór de koop de kerk inspecteerde, vond ik het gruwelijk om te zien dat nota bene deze vier simpele balken grotendeels zijn doorboord omdat men daardoorheen zo nodig de as van de wijzerplaat wilde aanleggen. Ja, dan zit je in het midden, maar welke idioot doet nou zoiets? Maar goed, het komt misschien nog goed want de stijlen zijn versterkt met een flinke strip ijzer. IJzer kan veel beter op trek belast worden dan een naaldhouten balk dus, nou vooruit dan. Dat ijzer loopt onder een zware horizontale houten balk (een blokkeel) door en is daaraan dus vastgezet. Die blokkeel is vervolgens verankerd in het metselwerk van de gevel. Omdat je in het metselwerk een stuk lager zit, kan dat wel op trek belast worden.

Opmerkelijk genoeg is één van die ijzeren staven in de oorlog doorboord door een granaatscherf! Wat een kracht moet die gehad hebben! Ook de spits zelf is destijds flink getroffen, dat kun je nog zien aan de reparaties aan de binnenkant.

Ik zag als trekstangen vooral de zware ronde ijzeren staven die van de balklaag van de uurwerkzolder naar beneden steken. Daar zijn ze niet verankerd in het metselwerk. Nou ja, waarschijnlijk zijn ze niet beslist nodig. Mocht de spits wegwaaien, dan hoor ik het wel.

Lees hierooooooonder verder ↓

Zo klim je naar de wijzerplaatzolder.

Zo klim je naar de wijzerplaatzolder.

Maria's hoofd straalt terwijl hetgeen er omheen geschilderd is zeer donker is door het grisaille.

Een overzicht over de wijzerplaatzolder. In het midden het elektrisch aangedreven uurwerk dat via een radiosignaal wordt aangestuurd. Vanuit het midden worden de wijzers op de vier wijzerplaten aangedreven. De assen gaan botweg door de verticale houten stijlen, nota bene de enige houten verbinding die de spits op zijn plaats houdt. De zwarte kasten zijn waarschijnlijk voor de voeding van de wijzerplaatverlichting. Verder zie je achteraan de regenwaterafvoer van de spits.

Verticale balk van de spits die de krachten naar het metselwerk van de toren moet overbrengen. Met oorlogsschade.

De spits wordt aan de toren gehouden door slechts vier spantbenen. En dan boren ze daar een groot gat in om de uurwerkaandrijving doorheen te leiden, welke idioot doet zoiets? De trekkrachten worden overgebracht op de met oranje menie geverfde ijzeren strips, die onderaan rond een blokkeel geslagen zijn, dat weer in het metselwerk verankerd is. Je ziet hier ook oorlogsschade: bovenaan rechts is een heel stuk uit de ijzeren strip geslagen! De gehavende balk is 'versterkt' met een balkje. Rechts zie je ook een oranje gemeniede ronde verticale ijzeren staaf die de trekkracht van de bovenste opleggingsbalk zou moeten overbrengen maar onderaan niet bevestigd lijkt.

Verticale balk van de spits die de krachten naar het metselwerk van de toren moet overbrengen.

Dit spantbeen zit onderaan niet vast aan een blokkeel maar aan een balk van de vloer. Dat moet het hele zaakje op de toren houden.

Bovenste verankering spits in het metselwerk.

Boven de wijzerplaat is de laagstgelegen balklaag van de spits in het metselwerk verankerd. Hier worden de drukkrachten van de spits op het metselwerk overgebracht. In 1993 zijn de balkkoppen, die weggerot waren, vernieuwd in gewapende kunsthars. Dit is het hoogstgelegen metselwerk van de kerk.

Verticale balk van de spits die de krachten naar het metselwerk van de toren moet overbrengen.

In het midden zie je het einde van de ijzeren trekstang en de ijzeren stroppen waarmee het spantbeen hierboven aan een blokkeel is verankerd. Vinden jullie dit eigenlijk een beetje interessant?!

Hier zie je niet alleen het vuil, maar ook het uitknikken en breken van het glas.

Zo klim je op de spits. Of zo zóu je op de spits kunnen klimmen …

Uitzicht vanuit het luik onderin de spits.

Uitzicht vanuit het luik onderin de spits. De school, de Vaert, de nieuwe brug, de kleuterschool oftewel uitvaartcentrum en de toren van de Sint-Gummaruskerk in Steenbergen.

Uitzicht vanuit het luik onderin de spits.

Uitzicht vanuit het luik onderin de spits. Begraafplaats, de gloednieuwe hondenuitlaatplaats, mijn kerk met angelustoren zonder luidklok, uiterst rechts de Corneliusstraat en achteraan de Laurentiusdijk.

Vlonder verwijderen

Alles wat hierboven staat, was afleiding voor mijn belangrijkste klus met de meeste haast (vanwege de verhuizing): het vrijmaken van de vloer. Dat is zwaar werk, waardoor een beetje afleiding op zijn tijd ook wel prettig is.

De klus van de afgelopen weken was het van de vloer losmaken van de kerkbanken en deze na schoonmaken en behandelen in het noordertransept opstapelen. Dat was vorige week (3 augustus 2020) af. Nu moeten de houten vlonders waarop de banken stonden worden verwijderd. Achterin de kerk was ik daar een maand of drie geleden al mee begonnen. Zo wist ik ook wat me te wachten stond.

De vlonders zijn gemaakt van (ruim vijf meter lange) vurenhouten delen, die op balkjes zijn gespijkerd. Dit geheel ligt op de grove betonvloer, her en der aan de randen met spijkers in het beton vastgezet. Het hout dient vermoedelijk om optrekkend vocht en kou te voorkomen, om de banken te kunnen vastschroeven en om een nette vlakke vloer te maken. De onderkant is bestreken met carboleum, niet raar want ondanks dat de Corneliusbasiliek hoog ligt, staat het grondwater vaak tot vlak onder de vloer. Het carboleum maakt hergebruik en zelfs afvoeren van het hout wel moeizamer.

Ik wilde in eerste instantie, omdat ik een hekel heb aan weggooien, zeker van mooi en kostbaar materiaal, de vloerdelen losmaken voor bijvoorbeeld hergebruik bij het restaureren van het dakbeschot. Maar dat bleek een heidense klus, zinloos. Daarna besloot ik de vlonders in delen te zagen en die delen rechtop in het zuidertransept te bewaren. Waarvoor zou ik dat materiaal kunnen gebruiken? Het orgel dat ik hier wil bouwen, heeft een groot zwelwerk, dat wil zeggen een afdeling waarvan alle pijpen in een gesloten kast staan met aan de voorkant jaloezieën die je tijdens het spelen langzaam open en dicht kunt doen. Dit zorgt voor het gradueel dempen van het geluid, een decrescendo dat voor veel andere instrumenten zo vanzelfsprekend is. Die zwelkast zou ik kunnen maken van deze vloerdelen! Ook de onderkast zou ik daarvan kunnen maken. Mooi is anders, maar het is bij het hele project van groot belang de kosten te beperken.

De vlonders zijn 629 cm breed, net zo breed als de kerkbanken. Uiteindelijk besloot ik de delen in de breedte in twee stukken te zagen van 300 en 329 cm en in de lengterichting van de kerk in behapbare stukken van meestal acht hele delen, wat meestal 129 cm is. Met de cirkelzaag en een daarvoor aangepaste zaagselafzuiger zuig ik het zaagsel zo goed en zo kwaad als het gaat af. Er zijn vaak kleine blokjes onder de balkjes gelegd, waardoor ik de zaak van in één keer kan doorzagen, maar soms komt er enig geweld aan te pas om de stukken los te krijgen en een enkele keer raak ik met de zaag de betonvloer. Ook spijkers kom ik af en toe tegen waar ik ze niet verwacht, niet zo leuk voor de zaag. Het gaat al met al toch om honderden meters zagen …

Hoe krijg je als je alleen bent een stukkie hout van 329 bij 129 centimeter van meer dan 50 kilo op een andere plek? Sterker nog: rechtop tegen een muur?! Ik zal het u uitleggen, handig voor als u uw ochtendgymnastiek nog niet gedaan heeft. Wie niet sterk is moet slim zijn. En dan nog moet je ook best sterk zijn. Ik sjouw een plaat op zijn lange kant op het hondje, ik zorg dat alle vier wielen op de grond blijven, ik gebruik mijn ene lange arm om de plaat rechtop te houden en de andere om te sturen en zo rijd ik het gevaarte naar het zuidtransept. Dan moet ik even kijken hoe ik hem georiënteerd wil hebben en komt de truc, die een beetje op de krachtsexplosie lijkt die gewichtheffers etaleren als ze iets zwaars boven hun macht moeten brengen. Maar dan op mijn niveau, hihi. Ik 'loop' vervolgens de plaat omhoog en dan draai en til (dat wel) ik hem zodat hij op de goeie plek staat. En dan de volgende. Best stoer, hè?

Zowat de hele vloer aan de noordkant van het middenpad heb ik zo in moten gezaagd en terzijde opgeslagen. Maar voor de rest heb ik een container besteld. 10 kubieke meter had ik uitgerekend en door de stukken op maat te zagen kreeg ik hem heel precies vol! Homo economicum sum.

Op 26 augustus kwamen Dasja en Martijn, die gezien hadden dat ik vlonders in de container kieperde, om vijf stukken 'op maat te laten zagen' voor de aardappelkisten voor de verse hondenspeelplaats achter de kerk.

Al snel nadat ik de kerk verwierf, had ik gezien dat er ooit vlonders zijn toegevoegd over de oorspronkelijke tegelvloer, kennelijk omdat men in Welberg zitplaatsen te kort kwam! Helemaal achterin de kerk zijn er ongeveer twee rijen toegevoegd en op het dwarspad direct voor de vieringpijlers is ook een rij zitplaatsen bijgemaakt. We hadden al eerder gezien dat de later bijgeplaatste banken van vuren zijn in plaats van van eiken. Die wil ik dan ook graag aan een liefhebber slijten!

Het is opmerkelijk zo slecht als de tegelvloer eraan toe is. Op sommige plekken lijken de tegels bedekt met een soort natte kalkaanslag. Ik betwijfel of we dit mooi krijgen. Wat ook opviel, is dat in het noordelijke dwarspad, dus aan de kant van het Maria-altaar, veel mortel en cementresten op de tegels zijn beland direct vóór de vlonder is aangebracht.

Tussen de vlonder en de pijlers of tussen twee delen van de vlonder of aan de voorkant kwamen soms leuke vondsten tevoorschijn. Bij het demonteren van de banken heb ik heel veel muntjes verzameld, maar in een halfuurtje heb ik rond de zuidelijke pijlers 16 munten gevonden, waaronder een kwartje uit 1928! Ik heb ook een kruisje gevonden: als u kunt zeggen waar uw oma die verloren heeft, kunt u hem komen halen.

En dan nog even de vloer vegen, na het verwijderen van de houten blokjes. Dat vond ik zwaar werk op de ruwe betonvloer. Het leverde een aantal zware vuilniszakken met zand, rommel, zaagsel en andere zooi op.

Het is voor mijn doen eigenlijk niet eens veel tekst, maar neem van mij aan dat het een gigantische klus was! Dit was op 27 augustus 2020 klaar.

Corneliuskerk

Nadat de banken verwijderd zijn, moeten de houten vlonders worden verwijderd. Deze foto is van 9 april 2020, toen ik begon met de vlonder linksachterin de kerk. In eerste instantie dacht ik het hout te bewaren: het zijn mooie vijf meter lange delen en hout is duur. Maar het is allemaal op een onmogelijk manier aan elkaar gespijkerd met inmiddels roestige spijkers, het is zwaar werk met breekijzer en vuistje, het hout beschadigt of het komt niet los, kortom geen doen.
Het was me al eerder opgevallen dat er om meer zitplaatsen te verkrijgen ooit een vlonder is toegevoegd achterin de kerk en daar zitten inderdaad tegels onder (de vlonder lag tot aan de witte plek).

Corneliuskerk

Ik begin met het verwijderen van de vlonder aan de noordkant (links) in de viering (het centrale deel van de kerk), omdat ik de banken in het transept wil opstapelen en dat lukt me alleen met de heftruck en die kan niet over de vlonders rijden: daar zakt hij met zijn vier ton doorheen. De vlonders zijn van onbehandeld vurenhout, maar hebben aan de onderkant een laag carboleum. Lekker! Ze liggen op latjes. De kunst is wel met de cirkelzaag alles door te zagen zonder het beton te raken …

Corneliuskerk

Onder de banken had ik al heel wat Welbergse rijkdom teruggevonden, maar onder de rand van de vlonder hebben rijke Welbergers ook wel eens wat laten wegrollen. Speciaal voor mij! Vaak moet je goed kijken en ik sluit niet uit dat er in de troep wel eens zwaar geoxideerde munten (met name zinken centen uit de oorlog) aan mijn speurend oog zijn ontsnapt. Even voor de oefening: op de foto liggen twee munten :-) En dat was dan nog makkelijk want vaak oxideren ze betonkleurig.

Corneliuskerk

Opbrengst van de randen van de voorste vlonder links. Weet je wat nou raar is? Rechts lag zowat niks! Misschien komt het doordat daar later een ringleiding is aangelegd.

Corneliuskerk

Mijn zuinige idee is die op zich mooie stukken vurenhout deels te bewaren, bijvoorbeeld voor panelen van mijn orgel. Ik besloot ze in de lengte door te zagen zodat panelen van 300 en 329 cm lang ontstonden. In de breedte nam ik acht hele delen, of meestal 119 cm (of 129 elders?!). Nadeel is wel dat ze ongeveer 50 kilo per stuk wegen en ietwat onhandelbaar groot zijn.

Corneliuskerk

De vlonders zet ik rechtop tegen de westelijke muur van het zuidtransept, vat u hem? Ik zet de vlonders op een handige manier zodanig dat de latten tussen die van de andere vlonder vallen, dat scheelt weer ruimte. Het is misschien niet heel fraai om tegenaan te kijken, zeker niet als u ooit nog eens in deze kerk mocht komen repeteren, maar er zijn in deze kerk weinig plekken waar je ongestraft iets groots tegenaan kunt zetten zonder het uitzicht te bederven. Het is eigenlijk dan toch ook weer niet zo'n heel grote kerk, hè?

Corneliuskerk

Onder de vlonders komt een soms erg lelijke en vervuilde of geoxideerde betonvloer vandaan.

Corneliuskerk

In het middenpad blijkt onder de vlonder een stuk van het originele tegelpad tevoorschijn te komen. Voor een extra bank is later een vlonder toegevoegd.

Corneliuskerk

De verwijdering van de vlonders van het noordelijke schipvak.

Corneliuskerk

De tegelvloer die in het zuidelijke dwarspad onder de bijgemaakte vlonder tevoorschijn komt, is veel netter dan die aan de noordkant.

Corneliuskerk

Netjes op maat gezaagd voor de container. Netjes is in dit geval vooral efficiënt.

De vloer zonder banken maar nog met drie van de vier vlonders

Het laatste stuk vlonder is in stukken gezaagd en wordt in dit geval bewaard. De vloer schoonmaken wordt ook nog een hele klus.

Corneliuskerk

Laatste stukjes. Die blijven over nadat ik de vlonders zo heb uitgezaagd dat ze optimaal in de container passen.

Corneliuskerk

Eerst groot, dan klein.

Corneliuskerk

Vegen is een zware klus en levert enkele zware vuilniszakken vol stof en gruis op.

Verlichting

Tussendoor heb ik, ook om de moed er een beetje in te houden, gewerkt aan de verlichting. De sfeerverlichting moet het grote verschil maken in de beleving van de fraaie architectuur van de Corneliusbasiliek. Dus het is mijn favoriete onderwerp. Ik heb er al vele uren aan besteed, met name aan het uitzoeken van hoeveel licht ik nodig heb (inclusief berekeningen van de lichtsterkten), wat voor LED-spots verkrijgbaar zijn en geschikt zijn voor wat ik wil bereiken en hoe ik die precies moet aanbrengen en richten om het gewenste effect te krijgen. Ik heb natuurlijk ook heel veel geprobeerd en daarvan dan ook foto's gemaakt.

Voldoende stof voor een apart hoofdstuk! Nu volsta ik met even twee dingen te laten zien die ik in deze drie weken ook heb gedaan, naast het bovenstaande.

Ik vervang de hogedrukkwikgasontladingslampen, zeg maar gasontladingslampen, door LED-highbay-armaturen. Uit 200 Watt elektrisch vermogen halen die een lichtstroom van 30.000 lumen, terwijl de gasontladingslampen uit 250 Watt per stuk 12.000 lumen halen. Nou, dat is een hele poep licht. Op een van de foto's zie je ze allebei tegelijk en dan wordt het verschil wel duidelijk. Ik heb ook een andere leuke manier om het te laten zien: ik ben onder een gasontladingslamp gaan staan en daar blijkt mijn schaduw overstraald te worden door het licht van de LED-lamp zes meter verderop aan het gewelf en de schaduw daarvan is dan ook veel dieper!

Corneliuskerk

Ik heb al eerder de hoofdverlichting vervangen. De nieuwe LED-armaturen hangen nog niet definitief maar geven zoals berekend veel meer licht dan de oude gasontladingslampen. Vooraaan het licht van de originele Corneliusverlichting (in een lelijke groenblauwe kleur), achteraan één lamp in de viering.

Corneliuskerk

Als ik precies onder een originele gasontladingslamp ga staan, geeft die schaduw, maar de schaduw van de LED-lamp 6 meter verderop is veel sterker! De schaduw van de lamp boven mijn hoofd wordt overstraald door het licht van de LED-lamp verderop. (Snap je het?) Dat geeft de verhoudingen wel heel goed weer!

Corneliuskerk

Effe tussendoor: op het gewelf kijk je door de sluitsteen pal naar beneden, 11 meter lager. Je ziet dat ik de draagkabel naar beneden heb gelaten om de nieuwe lamp aan op te hangen. Die moet vervolgens boven nog worden aangesloten. Je ziet trouwens ook het tot dan toe gevonden muntgeld op een bank liggen!

Corneliuskerk

Ik heb maanden geleden al experimenten gedaan om te zien welke LED-spots ik zou gebruiken voor het verlichten van het zijbeukgewelf. Nu moet ik bepalen hoe ik daar een armatuur voor maak en hoe ik die precies plaats tegen de pijler. Dit is een prototype met kap van pizzakarton.

Corneliuskerk

Het spotje moet het gewelfveld verlichten, maar ook strijklicht op zowel de scheiboog als de gordelboog geven. En hij mag als je in het zijbeukpad loopt niet te veel opvallen en liefst moet je vanuit de kerk niet in de lamp kijken. Zoiets?

Corneliuskerk

Vanuit de kerk krijg je dit effect. Elke zijbeuktravee krijgt aan elke kant een spot.

Corneliuskerk

Voor de gewelfverlichting moeten elektriciteitskabels worden aangelegd. Ze komen van boven het gewelf, gaan er doorheen en dan voor sommige lampen nog door de pijler.

Corneliuskerk

In de eerste travee hing geen lamp uit het gewelf. Die ga ik wel maken. Er zat nog geen leiding en er moet ook een gat in het gewelf geboord worden.

Klaarmaken van de betonvloer voor egaliseren

Alles dat ik hierboven beschreef speelt zich af tussen 12 en 27 augustus 2020, in ongeveer drie dagen per week. Op 2 september 2020 ben ik begonnen met het klaarmaken van de betonvloer om er een egalisatiemortel overheen te kunnen aanbrengen. Precies, alweer een enorme klus. Ik zit natuurlijk weer vol verhalen en heb vele foto's, maar ik volsta nu even met een paar foto's! Mijn tijd is schaars!

De rand van de betonnen vloer moet stevig zijn

Rens aan het werk.

Ik heb nog een paar foto's die ik wil delen: dat moet ik nog doen!

Met vriendelijke groeten,
Rens Swart