Fascinatie is de sleutel tot kwaliteit

Orgelkunst rond 1900

Inleiding

In de 'gebouwde monumentenzorg' is het vrijwel gemeengoed dat we niet meer dromen van een gebouw zoals dat vroeger ooit geweest is, vóór het werd toegetakeld door allerlei latere verbouwingen. Het oude gebouw is er immers domweg niet meer in zijn geheel en belangrijker nog: de latere toevoegingen en wijzigingen hebben vaak hun eigen historische en artistieke waarde. Het is daarom ongewenst een gebouw 'terug te restaureren' naar de vermeende oorspronkelijke toestand, vooral omdat daarmee waardevolle toevoegingen en wijzigingen verloren gaan en dat is immers geen monumentenzorg. Tot voor kort (?!) werden ingrepen uit de negentiende en twintigste eeuw nog wel eens wél gediskwalificeerd en rücksichtlos gesloopt. Dat is precies een van de redenen dat het Cuypersgenootschap is opgericht.

Het viel Rens Swart, nog meer thuis in de orgelhistorie dan in de architectuurgeschiedenis, op dat dit inzicht in de orgelwereld nog bepaald geen gemeengoed is. Als je het architectuurhistorici uitlegt, stellen die vaak met verbazing vast dat de orgelwereld kennelijk veertig jaar achterloopt. Daarom schreef Rens Swart hierover in 1996, tegelijk met een recensie over een symposiumbundel over de orgelkunst rond 1900, een kritische analyse, die werd gepubliceerd in het Cuypersbulletin, de nieuwsbrief van het Cuypersgenootschap, waarvan Rens overigens hoofdredacteur was.

Overigens verscheen er drie jaar later een 'kolommetje' met woorden van soortgelijke strekking, waarop ook een reactie kwam. Hiernaar is hieronder ook een verwijzing opgenomen.

Overzicht

Orgelkunst rond 1900, een kritische analyse door Rens Swart

Orgelkunst rond 1900, bespreking van de symposiumbundel door Rens Swart

Verwant artikel: kolommetje Rens Swart over restauratie-ethiek en orgelkunst (1999)

Pagina's gepubliceerd op deze website in juni 2016

Met vriendelijke groeten,
Rens Swart